Uitspraak
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar voor zover betrekking hebbende op de aanslag IB/PVV 2017, de rentebeschikking voor het jaar 2017 en de boetebeschikkingen voor de jaren 2009, 2010, 2012, 2015, 2016, 2017 en 2019;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2017 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van nihil en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 14.660
- en vermindert de rentebeschikking 2017 dienovereenkomstig;
- vernietigt de boetebeschikking ter zake van het jaar 2009;
- vermindert de boetebeschikkingen 2010, 2012, 2015, 2016, 2017 en 2019 tot de bedragen als genoemd in r.o. 24;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde delen van de uitspraken op bezwaar; en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50 aan eiseres te vergoeden.”
)gegevens ontvangen waaruit blijkt dat de echtgenoot van belanghebbende een rekening aanhield bij de bank [Bank 1] in Duitsland. De Inspecteur heeft voor het belastingjaar 2013 een renseignement uit het renseignementeninformatiesysteem overgelegd, raadpleegbaar vanaf 23 september 2014, waarin zijn vermeld: een rentebedrag van € 465 over de periode 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013, de naam van de bank en het klantnummer van belanghebbende ( [klantnummer] ) bij die bank. Of de echtgenoot van belanghebbende een of meerdere rekeningnummers aanhield bij deze bank en om welk(e) rekeningnummer(s) het gaat alsmede de hoogte van de saldi is in het renseignement niet vermeld. Over de belastingjaren 2014 en 2015 zijn door de Belastingdienst soortgelijke renseignementen ontvangen.
1 Inleiding
3.Projectstukken project CRS
Plan van aanpak gebruik FATCA/CRS-gegevens in de handhaving 21 april 2017
CRS-aanpak natuurlijke personen 2018/2019 (pilot) – 17 juli 2018
Handhavingsstrategie CRS/FATCA – 16 november 2018
Tussenrapportage pilot CRS – 4 februari 2019
Tussenrapportage pilot CRS – 1 mei 2019
Memo voorstel escalatie problematiek verrijking gegevens CRS – 17 mei 2019
Rapport Evaluatie kwaliteit gegevens VIA voor IH 2018 – 27 augustus 2019
Dit document betreft geen projectstuk CRS. Het rapport is wel van belang geweest voor het tijdspad en het vervolg van het project CRS. Om deze reden zijn alleen de paragrafen die zien op CRS opgenomen.
Afspraken en actiepunten kernteam VhV - 17 januari 2020
Dit document betreft geen projectstuk CRS. In dit verslag wordt gerefereerd aan het onder 7. genoemde rapport in combinatie met het vervolg van het project CRS. Om deze reden alleen de paragraaf die ziet op het project CRS opgenomen.
Memo mededelingen FATCA/CRS en leaks – 16 april 2020
Memo analyse en selectie CRS/FATCA-gegevens inclusief rolgegevens – 19 mei 2020
CRS en FATCA Behandelplan 2021 – 21 mei 2021
A) Projectplan CRS algemeen (versie september 2021)
B) Projectplan CRS algemeen (versie januari 2024)
Projectplan CRS niet-natuurlijke personen – 9 september 2021
Powerpoint CRS - september 2021
Powerpoint CRS - oktober 2021
Memo werkwijze opvragen broninformatie CRS (en FATCA) – 7 maart 2023
Projectlogboek CRS programmamanager
Projectlogboek CRS projectleider niet-natuurlijke personen
Projectlogboek CRS projectleider natuurlijke personen”
inschattinggemaakt worden van de hoeveelheid gegevens uit de nieuw toegevoegde landen.
Overallanalyse op ontvangen gegevens
Hof: Expertisecentrum voor Handhaving en Intelligence] overgedragen worden. Vanwege diverse technische onvolkomenheden heeft die levering door CAP aan EHI een tijdlang gestagneerd.
3. Handhavingsacties ESRR/CRS/FATCA tot nu toe
Hof: Verhuld Vermogen] de handhavingsadviezen op.
5.Handhavingsacties CRS
CRS-gegevens voor handhaving
CRS-natuurlijke personen
Hof: Datafundamenten en Analytics]
Stappen bij het gebruik van CRS/FATCA-gegevens
Valideren
Verrijken
Analyseren
Prioriteren en selecteren
Opleveren
Motivering boete
- Vanaf het jaar 2010 staat in de aangiften het saldo rekeningen in Nederland en saldo rekeningen in het buitenland apart vermeld. Het feit dat over meerdere jaren, elk jaar opnieuw een bewuste keuze is gemaakt om een onjuiste aangifte te doen (stelselmatig gedrag);
- Het feit dat er bewust voor is gekozen om geen gebruik te maken van de diverse inkeerregelingen.
- Het feit dat de vooringevulde aangifte van 2017 op 15 maart 2018 is ingekeken, waarop reeds vermeld stonden [Bank 1a] en [Bank 4] . Op 18 juni 2018 is de aangifte ingediend, zonder dat saldi zijn ingevuld v oor deze rekeningen.
- Het feit dat de vooringevulde aangifte van 2018 op 18 maart 2019 is ingekeken, waarop reeds vermeld stonden 4 rekeningen bij [Bank 2] , 3 rekeningen bij [Bank 1a] en [Bank 4] . Op 11 juli 2019 is de aangifte ingediend, zonder dat saldi zijn ingevuld voor deze rekeningen.
- Met dagtekening 26 februari 2014 hebt u van ons een brief ontvangen met als onderwerp: Vermogen in het Buitenland. Hierin werd aangegeven dat volgens onze gegevens u een of meer rekeningen in het buitenland hield. Omdat wij destijds alleen over rentegegevens beschikten, werd u verzocht zelf uw saldo per 1 januari 2013 in te vullen. U hebt dit niet gedaan.
- Met dagtekening 1 maart 2017 hebt u van ons een brief ontvangen met als onderwerp: Aangifte inkomstenbelasting en FATCA. Hierin werd aangegeven dat volgens onze gegevens u een of meer bank en/of effectenrekeningen had in de Verenigde Staten en dat dit mogelijk van belang kon zijn voor uw aangifte inkomstenbelasting 2016, box 3. Het betrof ontvangen rente en/of dividend van [Bank 4] en [Bank 3] . Het verzoek was deze zelf op te nemen in uw aangifte daar dit niet in uw vooringevulde aangifte ingevuld kon worden. U hebt dit niet gedaan.
- Vanaf het jaar 2010 staat in de aangiften het saldo rekeningen in Nederland en saldo rekeningen in het buitenland apart vermeld.
- Het feit dat over meerdere jaren, elk jaar opnieuw een bewuste keuze is gemaakt om een onjuiste aangifte te doen (stelselmatig gedrag);
- Het feit dat er bewust voor is gekozen om géén gebruik te maken van de diverse inkeerregelingen.
- Het feit dat de vooringevulde aangifte van 2017 op 15 maart 2018 is ingekeken, waarop reeds vermeld stonden [Bank 1a] en [Bank 4] . Op 18 juni 2018 zijn de aangiften van u beiden ingediend, terwijl diverse saldi bij u beiden zijn ingevuld echter slechts een fractie (€ 275) van de werkelijke waarde(€ 233.513).
- Het feit dat de vooringevulde aangifte van 2018 op 18 maart 2019 is ingekeken, waarop reeds vermeld stonden 4 rekeningen bij [Bank 2] , 3 rekeningen bij [Bank 1a] en [Bank 4] . Op 11 juli 2019 zijn de aangiften ingediend, zonder dat saldi zijn ingevuld voor deze rekeningen.
- Met dagtekening 26 februari 2014 hebt u van ons een brief ontvangen met als onderwerp: Vermogen in het Buitenland. Hierin werd aangegeven dat volgens onze gegevens u één of meer rekeningen in het buitenland hield. Omdat wij destijds alleen over rentegegevens beschikten, werd u verzocht zelf uw saldo per 1 januari 2013 in te vullen. U hebt op 31 maart 2014 bij u beiden een saldo van € 3.130 ingevuld met daarbij het klantnummer bij [Bank 1] in plaats van een rekeningnummer. Dit bedrag was slechts een fractie van het werkelijke saldo (€ 194.765).
- Met dagtekening 1 maart 2017 hebt u van ons een brief ontvangen met als onderwerp: Aangifte inkomstenbelasting en FATCA. Hierin werd aangegeven dat volgens onze gegevens u een of meer bank en/of effectenrekeningen had in de Verenigde Staten en dat dit mogelijk van belang kon zijn voor uw aangifte inkomstenbelasting 2016, box 3. Het betrof ontvangen rente en/of dividend van [Bank 4] en [Bank 3] . Het verzoek was deze zelf op te nemen in uw aangifte daar dit niet in uw vooringevulde aangifte ingevuld kon worden. U hebt dit niet gedaan.
- […] ( [Bank 2] )
- […] ( [Bank 2] )
- […] ( [Bank 2] )
- […] ( [Bank 2] )
- […] ( [Bank 1a] )
- […] ( [Bank 1a] )
- De Belastingdienst heeft van oktober 2017 tot januari 2018 gegevens ontvangen. De Belastingdienst is in oktober 2017 aangevangen met het leesbaar maken van de ontvangen gegevens.
- Ultimo 2017 is een plan van aanpak opgesteld met handvatten voor de handhaving aan de hand van de ontvangen gegevens.
- In 2018/2019 hebben een zogenoemde prepilot en pilot plaatsgevonden. In de pilots is een select aantal dossiers bij een beperkt aantal belastingambtenaren in behandeling genomen. Ook is bij de pilot de juistheid en betrouwbaarheid van de gegevens beoordeeld. Daarnaast zijn in de vooringevulde aangiften vanaf het jaar 2017 CRS-gegevens ingevuld. Omdat de juistheid van het saldo niet kon worden gegarandeerd, is bewust ervoor gekozen om geen saldo in de vooringevulde aangifte op te nemen. De pilots zijn meerdere malen (tussentijds) geëvalueerd. Dit heeft geleid tot detectie van omissies en vervolgens zijn verbeteringen aangebracht.
- De stappen bij het gebruik van de CRS-gegevens bestonden uit het valideren, verrijken, analyseren, prioriteren en selecteren van de ontvangen gegevens. Hierbij was een groot aantal afdelingen binnen de Belastingdienst betrokken, waaronder Vaktechniek Handhaving, Df&A, VhV, CCB, CAP en het Central Liaison Office (CLO).
- In maart 2020 is een selectielijst met nader te onderzoeken dossiers – waaronder dat van belanghebbende – door de afdeling Df&A aan de projectleider CRS verstuurd.
- Vervolgens heeft de Inspecteur vanaf augustus 2020 een interne analyse gemaakt van de dossiers, waaronder een vergelijking van de ter beschikking staande gegevens met de ingediende aangiften van belanghebbende en zijn echtgenote. Hierbij is bepaald welke informatie nog moest worden uitgezocht en opgevraagd.
- In januari 2021 is aan belanghebbende en zijn echtgenote de eerste vragenbrief verzonden. Dat heeft geleid tot correspondentie tussen de Inspecteur en belanghebbende en zijn echtgenote waarbij er telkens regelmatige opeenvolgende contactmomenten zijn geweest en geen vertraging heeft plaatsgevonden.
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank en de uitspraken op bezwaar, doch uitsluitend voor zover die betrekking hebben op de aan belanghebbende opgelegde navorderingsaanslagen 2015 en 2016 en de daarbij gegeven rente- en boetebeschikkingen;
- vernietigt de aan belanghebbende opgelegde navorderingsaanslagen 2015 en 2016 en de daarbij gegeven boete- en rentebeschikkingen; en
- gelast de Inspecteur aan belanghebbende een bedrag van € 138 aan griffierecht te vergoeden.