ECLI:NL:HR:2003:AL7035
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Verdeling voormalige echtelijke woning na echtscheiding en bepaling peildatum waarde
Partijen zijn in gemeenschap van goederen gehuwd en zijn na hun echtscheiding in 1996 in geschil geraakt over de verdeling van de voormalige echtelijke woning en de waardebepaling daarvan. De vrouw vorderde betaling van de helft van de overwaarde, terwijl de man de woning aan zich wilde toebedelen met verrekening van de hypotheek.
De rechtbank bepaalde de waarde van de woning op 345.000 gulden en wees de woning toe aan de man, die de helft van de waarde minus hypotheek aan de vrouw moest voldoen. Beide partijen gingen in hoger beroep, waarbij het hof drie deskundigen benoemde om de actuele waarde en eventuele indexering vast te stellen.
De vrouw stelde onder meer dat de peildatum voor waardering niet de datum van de uitspraak moest zijn, maar een eerdere datum. De Hoge Raad oordeelde dat de peildatum in beginsel de datum van de uitspraak is, tenzij partijen anders overeenkomen of redelijkheid en billijkheid anders vereisen. Het hof had de stellingen van de man omtrent een andere peildatum terecht niet als zodanig opgevat.
Het cassatieberoep van de vrouw werd verworpen, waarbij de Hoge Raad tevens oordeelde dat tussentijds cassatieberoep tegen het tussenarrest niet mogelijk is. De zaak werd verwezen naar het hof voor verdere behandeling en beslissing over de verdeling en waardebepaling.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en de peildatum voor waardebepaling is de datum van de uitspraak.