Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof een gevoerd verweer strekkende tot bewijsuitsluiting ten onrechte, althans op ontoereikende gronden, heeft verworpen.
tweede middelklaagt dat het hof het onder 5 bewezen verklaarde ten onrechte heeft gekwalificeerd als witwassen.
derde middelklaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden, omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.