Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.Prejudiciële vragen en antwoorden
a fortioriwanneer, zoals in casu, de forfaitaire regeling in het voordeel werkt van de ervoor in aanmerking komende werknemers, doordat zij het aantal administratieve stappen dat die werknemers moeten ondernemen om belastingvrijstelling te verkrijgen voor de vergoeding wegens extraterritoriale kosten, aanzienlijk vermindert’ (r.o. 34).
3.Reactie belanghebbende op het arrest van het Hof
Belanghebbende t.z.v. noodzaak tot opnieuw stellen prejudiciële vragen
4.Reactie Staatssecretaris op het arrest van het Hof
Staatssecretaris t.z.v. arrest Hoge Raad 8 januari 1992
a prioriuit dat er bij werknemers die afkomstig zijn van buiten de 150 km-grens, systematisch en duidelijk worden overgecompenseerd. Een nader onderzoek is dus nodig (zie onderdelen 9 en 11).
5.Analyse onderzoeksvraag
ex antebenadering − is de wetgever de handelende persoon en is het in te stellen onderzoek zuiver juridisch van aard.
ex postbenadering – wordt in wezen gevraagd om een empirisch onderzoek.
méthodique. Als omschrijving wordt hiervoor gegeven: ‘volgens een bepaalde methode’, en voor ‘methode’: ‘vaste, weldoordachte werkwijze om een bepaald doel te bereiken’.
systématiquement, hetgeen wordt vertaald als: stelselmatig, hardnekkig. Van Dale geeft als betekenis voor ‘stelselmatig’: ‘systematisch of volgens een vooropgezet patroon’. De elementen ‘welbewust’ en ‘streven naar een bepaald doel’ kunnen dus in zowel ‘methodisch’ als ‘stelselmatig’ worden onderkend.
6.Overcompensatie en het gelijkheidsbeginsel
wide margin of appreciation’die de wetgever daarbij toekomt (zie r.o. 3.12.1 en 3.12.2).
8.Verkenningmogelijkhedentotuitvoerenonderzoek
Algemeen
ex postonderzoeksmethoden (zie onderdeel 5.11).
ex antebenadering. Onderzocht wordt of de wetgever zich bewust is geweest van de mogelijkheid van overcompensatie en of afgaande op de parlementaire behandeling aannemelijk is dat hij voldoende – zij het globaal – onderzoek heeft gedaan om uit te sluiten dat de regeling systematisch zou kunnen leiden tot duidelijke overcompensatie. Een dergelijk onderzoek is, zoals ik in onderdeel 5.10 opmerkte, zuiver juridisch van aard. Een dergelijk onderzoek kan zonder meer door de Hoge Raad zelf worden uitgevoerd.
9.Onderzoek bedoeling wetgever
ex anteonderzoek meen ik dan ook dat de wetgever niet heeft beoogd om met de bewijsregel van de 30%-regeling systematisch een ruimere vergoeding toe te staan dan de werkelijk gemaakte extraterritoriale kosten. De door de wetgever aangevoerde overwegingen zijn, mijns inziens, voldoende om de gestelde norm van 30% te kunnen dragen.