Conclusie
1.Inleiding
[…] /Dexia) [1] behandelde vraag naar de toerekening van het voordeel uit een eerdere effectenleaseovereenkomst met de schade die is geleden als gevolg van een later gesloten effectenleaseovereenkomst.
totale schadeals gevolg van een effectenleaseovereenkomst is opgebouwd uit een bedrag ter zake van de verschuldigde termijnen en een bedrag ter zake van de restschuld.
termijnenzijn de bedragen die de afnemer heeft betaald aan rente en eventuele aflossing in verband met de door hem gesloten lening en eventuele in rekening gebrachte kosten. [3] Dit wordt ook wel
de inleggenoemd, maar ik zal verder de term termijnen aanhouden. [4]
dividend c.a.
batig saldogenoemd. Dat is het positieve saldo van alles wat een bepaalde effectenleaseovereenkomst de afnemer aan de ene kant kost (aan kosten, rente, aflossing en nog terug te betalen gedeelte van de lening) en aan de andere kant oplevert (aan dividenden en eventuele andere voordelen tijdens de looptijd van de overeenkomst en aan de verkoopopbrengst van de effecten bij beëindiging ervan). [9]
onaanvaardbaar zware financiële lastspeelt in deze zaak verder geen rol. [10]
2.Feiten en procesverloop
3.De gestelde vragen
[…] /Dexiaen verder vooral zien op de effecten van verrekeningen die reeds tussen partijen hebben plaatsgevonden.
[…] /Dexia.Daaruit leidde de rechtbank onder meer af dat de verrekening van voordeel op grond van artikel 6:100 BW Pro dient plaats te vinden vóór de vermindering van de vergoedingsplicht van Dexia op grond van artikel 6:101 BW Pro (rov. 3.2 en 3.3). De kantonrechter overweegt voorts:
[…] /Dexiaen dat volgens Dexia dit los staat van de verrekening van het batig saldo op de voet van art. 6:127 BW Pro (rov. 4.1-4.2).
[…] /Dexia(de passage over gebrek aan belang bij het onderdeel), dat het duidelijk zal zijn dat het voor het definitieve resultaat van een procedure als de onderhavige, waarin de afnemer vergoeding vordert van schade als gevolg van schending van de zorgplicht, een groot verschil maakt of het voordeel in mindering wordt gebracht op het gedeelte van de schade dat voor rekening van de afnemer blijft (de termijnen) of dat dit in mindering wordt gebracht op het gedeelte van de schade dat voor tweederde door Dexia dient te worden vergoed (de restschuld (rov. 4.7).
Dexia/ […]. Deze periode als zodanig staat niet ter discussie. [13]
4.Bespreking van de gestelde vragen
[…] /Dexia): [14]
.
[…] /Dexiais aan de tot dan bestaande twee categorieën (wel of geen onaanvaardbaar zware financiële last) een derde toegevoegd die zich op een ander niveau bevindt (‘wetenschap van advisering zonder vergunning’), wat leidt tot de volgende typologie:
[…] /Dexiais
[…] /Dexia. In geef eerst (samengevat) een aantal relevante overwegingen van het Hof Amsterdam weer en dan die van de Hoge Raad.
“batig saldo” dient te worden verstaan het bedrag waarmee de verkoopopbrengst van de geleaste effecten bij de beëindiging van de betrokken overeenkomst de door Dexia verstrekte lening (voor zover deze niet eerder was terugbetaald) heeft overtroffen en dat op grond van die overeenkomst aan de wederpartij is betaald, vermeerderd met tijdens de looptijd van de overeenkomst door de wederpartij ontvangen dividenden en verminderd met door deze betaalde rente (inclusief eventuele boeterente) en betaalde aflossingen. Dit is immers het voordeel dat de wederpartij door het leasen van de effecten en de verkoop daarvan heeft behaald, rekening houdend met de kosten die hij hiertoe heeft gemaakt. Het zojuist bedoelde geschilpunt heeft enkel betrekking op gevallen waarin dezelfde wederpartij met Dexia verschillende overeenkomsten tot effectenlease is aangegaan, waarvan ten minste één overeenkomst met een batig saldo is geëindigd en een of meer andere met door Dexia te vergoeden schade (in het bijzonder een restschuld). Het hof overweegt daarover als volgt.
[…] /Dexiadat voordeelstoerekening mogelijk is bij een batig saldo uit een eerdere overeenkomst:
[…] /Dexiaoverwogen:
[…] /Dexiajuridisch-technisch scharniert rond de vraag of sprake is van ‘een zelfde gebeurtenis’ als bedoeld in art. 6:100 BW Pro. Het belang van die vraag is (nog verder) afgenomen sinds HR 8 juli 2016 (
Tennet/ABB), waaruit blijkt dat het doorberekeningsverweer in mededingingszaken [16] in beginsel kan worden betrokken zowel op het schadebegrip (art. 6:95-6:97 BW) als op de voordeelstoerekening (art. 6:100 BW Pro) en dat deze twee benaderingwijzen niet wezenlijk van elkaar verschillen. Het maken van een keuze tussen de beide benaderingen is in zoverre niet van belang, dat door de benadeelde in verband met de schadeveroorzakende gebeurtenis behaalde voordelen in beide benaderingen in de toe te kennen schadevergoeding moeten worden betrokken voor zover dat redelijk is. Kort gezegd, moet ook de vraag of genoten voordelen, voor zover dat redelijk is, mede in aanmerking behoren te worden genomen bij de vaststelling van de te vergoeden schade worden beantwoord aan de hand van het c.s.q.n.-vereiste en art. 6:98 BW Pro (rov. 4.4.1-4.4.5). [17]
[…] /Dexiadat voordeelsverrekening dient plaats te vinden en evenmin aan de wijze waarop dat dient te geschieden. Deze ontwikkeling biedt steun aan de gedachte dat op dit punt van schadebepaling (niet zozeer de keuze van een bepaalde juridische benaderingswijze als wel) inhoudelijke argumenten voor een bepaald resultaat leidend dienen te zijn (en dat, waar nodig en mogelijk, de toepassing van verschillende denkbare juridische benaderingswijzen daarop moeten worden afgestemd). [18]
Dexia/ […]). [19] Die zaak zag – anders dan de onderhavige prejudiciële procedure − wel op gevallen waarin sprake is van een onaanvaardbaar zware financiële last. Daarin is geoordeeld dat de wettelijke rente over de schade bestaande uit de termijnen (in het arrest inleg genoemd; zie bij 1.3) reeds gaat lopen vanaf de dag van betaling ervan en niet pas vanaf de dag waarop de effectenleaseovereenkomsten zijn geëindigd (rov. 3.3.3). Met het oog op de onderhavige zaak wijs ik nog op de volgende overweging:
[…] /Dexia. In die zaak overweegt het hof dat tussen partijen niet in geschil is dat als een bepaalde overeenkomst tot effectenlease voor de wederpartij van Dexia naast schade – ongeacht de bestanddelen hiervan – tevens voordeel heeft opgeleverd in de vorm van dividenden die aan de wederpartij zijn betaald of waarop deze recht kan doen gelden, dit voordeel in mindering moet worden gebracht op de door de wederpartij geleden schade die Dexia dient te vergoeden. De salderingsgedachte binnen één overeenkomst blijkt ook uit de omschrijving van het ‘batig saldo’ nu daarin tijdens de looptijd van de overeenkomst door de wederpartij ontvangen dividenden worden verdisconteerd (rov. 4.26; zie ook rov. 4.28). Het arrest van de Hoge Raad in
[…] /Dexiaverwijst naar de situatie dat een afnemer een enkele overeenkomst sluit die een aantal effectenleasetransacties omvat waarvan sommige met verlies en andere met winst worden afgesloten, in welk geval zonder meer voldaan zou zijn aan het vereiste van "een zelfde gebeurtenis" van art. 6:100 (rov. 3.4.6).
Dexia/ […]blijkt dat de salderingsgedachte er niet aan in de weg staat om de wettelijke rente over de geleden schade te berekenen vanaf het moment waarop een schadepost zoals een betaalde maandtermijn ontstaat. [20]
[…] /Dexiaspreekt de Hoge Raad van “(het saldo van) de reeds betaalde rente (en ontvangen dividend)” (rov. 5.1.4). Daarbij verwijst hij naar HR 5 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2811, NJ 2012/183 (Levob/ […] ), waarin het ging om een restschuldproduct waarbij gedurende de looptijd alleen rente en geen aflossing op de lening wordt betaald. De overweging geldt dus ook voor het saldo van de reeds betaalde rente plus aflossing en ontvangen dividend bij een aflossingsproduct. Hieruit kan worden afgeleid dat de schade bestaande uit de termijnen moet worden opgevat als de
nettoschade, dat wil zeggen de betaalde termijnen minus dividend c.a.
[…] /Dexia.
[…] /Dexia, ter voorkoming van een onjuist resultaat eerst het te verrekenen voordeel op de totale schade (termijnen en restschuld) [22] in mindering worden gebracht voordat op het dan resterende bedrag de vermindering wegens eigen schuld (eenderde gedeelte van dat gehele resterende bedrag) wordt toegepast. Hierover zijn ook Dexia (s.o. nr. 5) en [A] (s.o. nr. 12 e.v., repliek nr. 6) het eens. De uitkomst kan worden geïllustreerd aan de hand van een cijfermatig voorbeeld met als waarden: termijnen 70, restschuld 30 en batig saldo 20. In dat geval geldt (termijnen + restschuld – batig saldo) * 2/3 = (70 + 30 – 20) * 2/3 = 53,3. [23] Men kan het ook zo weergeven:
[…] /Dexiate bespreken. Het middel (onderdeel V) in die zaak verweet het hof, kort gezegd, inconsequent te zijn. Het middel las in het arrest van het hof dat eerst op de totale schade (termijnen en restschuld) het batig saldo in mindering moet worden gebracht en dat het aldus verkregen bedrag moet worden gecorrigeerd voor eigen schuld; het middel verwijt het hof zijn eigen uitgangspunt te miskennen door alleen de restschuld te verminderen met het batig saldo.
voordat of nadatde termijnen (de Hoge Raad zegt: betaalde rente en aflossing) in mindering worden gebracht (lees:)
op de totale schadedie bestaat uit de termijnen en de restschuld. De Hoge Raad zegt daarmee dat het geen verschil maakt of men redeneert:
[…] /Dexiavoorgesteld. De waarden in diens voorbeeld zijn als volgt: termijnen 400, restschuld 150 en batig saldo 100. Ik plaats daarachter tussen haakjes de waarden die ik in mijn voorbeelden hanteer.
[…] /Dexia.De eerste variant leidt tot een afwijkend resultaat.
[…] /Dexiais door het hof Amsterdam opgevat als een bevestiging dat het batig saldo wordt toegerekend aan de schade bestaande uit de restschuld. [26]
[…] /Dexiablijkt dat, indien geen sprake is van onaanvaardbaar zware financiële last, enerzijds het gehele bedrag van de termijnen wegens eigen schuld voor rekening van de afnemer blijft en anderzijds de resterende schade ter zake van de restschuld wordt verminderd met het te verrekenen voordeel waarvan vervolgens 2/3 deel wordt vergoed door Dexia. Hierbij sluit aan de door Tjong Tjin Tai bekritiseerde passage van
Dexia/ […] ,die m.i. tot uitdrukking brengt dat het in effectenleasezaken gaat om het resultaat van de toepassing van de regels omtrent schade, voordeelstoerekening en eigen schuld. Nu in effectenleasezaken, als uitgangspunt, structureel wordt gewerkt met verdiscontering van bepaalde percentages eigen schuld ten aanzien van de schade bestaande uit de termijnen en de restschuld, komt in deze aanpak de nadruk te liggen op de schade die uiteindelijk voor vergoeding in aanmerking komt (en niet, in de woorden van [A] , repliek nr. 7, de “werkelijke schade die de afnemer lijdt”). Dit is ook wat het Hof Amsterdam doet in rov. 4.23 en 4.28 van het zijn arrest in
[…] /Dexia. Deze aanpak sluit aan bij de resultaatgerichtheid die blijkt uit
Tennet/ABB.
Tennet/ABBeen redenering via voordeelstoerekening tot hetzelfde resultaat moet leiden als een redenering via het schadebegrip (s.o. nr. 22).
[…] /Dexia. In rov. 4.3.6 (in het bijzonder de passage die aanvang met “Er is geen goede reden te aanvaarden dat …”) en rov. 4.4 van dat arrest liggen naar mijn mening echter aanwijzingen besloten dat het resultaat voor wat betreft de toerekening van het batig saldo aan de schade bestaande uit de restschuld (met inachtneming van de termijn van één jaar) redelijk wordt geacht. Dat resultaat sluit immers in het bijzonder aan bij de gedachte, dat uit de leaseovereenkomst voldoende duidelijk kenbaar was dat werd belegd met geleend geld, dat de leaseovereenkomst voorzag in een geldlening, dat over die lening rente moet worden betaald en dat het geleende bedrag moest worden terugbetaald.
[…] /Dexiaalleen ziet op het geval dat het voordeel meer bedraagt dan de termijnen. Ik denk dat dit, gezien de weergave van die overweging bij 4.20, net wat anders ligt. De redenering van rov. 4.4 is geformuleerd met het oog op het geval dat de totale schade hoger is dan de som van de termijnen en het batig saldo (waarbij verder niet relevant is hoe het bedrag van de termijnen en het bedrag van het batig saldo zich onderling verhouden). In dat geval resteert immers na aftrek van de termijnen en het batig saldo het in die overweging bedoelde bedrag aan vergoedbare schade. Rov. 4.4 is niet geformuleerd met het oog op het geval dat de totale schade lager dan of gelijk is aan de som van de termijnen en het batig saldo. Dat hoeft ook niet, want dan resteert er geen voor vergoeding in aanmerking komende schade.
vragen I t/m IIIzijn hiermee besproken. De rechter kan de aan hem voorgelegde gevallen beoordelen aan de hand van de hiervoor besproken uitgangspunten. In de rechtspraak van Uw Raad ligt besloten dat afwijking daarvan mogelijk is indien de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven. Ik meen dat dit volstaat voor het antwoord op
vraag V.
vragen I t/m Vkort zijn.