Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
4.Wet- en regelgeving, jurisprudentie en literatuur
aangiftebelastingende verhouding tussen het verzwegen bedrag (aan
belasting) en ‘het totale bedrag van de over dat tijdvak af te dragen belasting’ bepalend is: [11] , [12]
aanslagbelastingende verhouding tussen het verzwegen bedrag aan inkomen en het aangegeven belastbaar inkomen bepalend is. Ook heeft de Hoge Raad het verschuldigde bedrag aan belasting ter zake van de verzwegen inkomsten bij deze vraag in de beschouwing betrokken: [13]
relatiefaanzienlijk bedrag is verzwegen. Sinds 1987 heeft de HR dit reeds een aantal keren uitdrukkelijk als enige maatstaf gehanteerd (‘slechts dan’), zodat de absolute omvang van het verzwegen bedrag geen rol (meer) lijkt te spelen. Soms let de HR op de relatie tussen het verzwegen bedrag en het in feite aangegeven bedrag, andere keren let hij op de relatie met het bedrag dat in totaal aangegeven had moeten worden. Zolang men niet met vaste percentages werkt, hoeft dit niet tot een verschil in uitkomst te leiden. In de rechtspraak wordt tot nu toe ook niet gewerkt met een vast percentage om het begrip ‘relatief aanzienlijk’ te definiëren. De jurisprudentie blijft daardoor casuïstisch van aard, zij het dat de gevarenzone voor een verzwijging lijkt te beginnen tussen de 20 en 30%. De rechtspraak toont ook geen vaste lijn als het erom gaat waarop de relatief omvangrijke verzwijging betrekking heeft: betreft dit de belastinggrondslag of de verschuldigde belasting? Bij aanwezigheid van heffingskortingen en/of progressieve of gedifferentieerde tarieven kan dit verschil maken. Bij de inkomstenbelasting onderzoekt de HR vaak of een relatief aanzienlijk bedrag aan inkomsten is verzwegen. Ook de omvang van de inkomstenbelasting die over het verzwegen bedrag verschuldigd is laat de HR echter soms meewegen. Uit een in 1987 uitgebracht advies van de HR kan men zelfs afleiden dat de relatieve omvang van de verzwijging uitsluitend moet worden afgemeten aan de verschuldigde belasting. Bij een aantal belastingen die door middel van betaling op aangifte worden geheven heeft de HR inmiddels uitdrukkelijk in die zin beslist. De HR heeft in het verleden verder een keer betekenis toegekend aan de omstandigheid dat een bron van inkomen geheel was verzwegen
5.Beoordeling van het middel
lageris dan de werkelijk verschuldigde belasting. In casu is de volgens aangifte verschuldigde belasting 58% lager dan de werkelijk verschuldigde belasting (€ 716 aan niet verantwoorde belasting x 100% / € 1225 aan werkelijk verschuldigde belasting = 58%). [68]
lageris dan de werkelijk verschuldigde belasting gaat het mijns inziens om de volgende berekening: € 736 x 100% / € 775 = 94,97%. Dit betekent dat de volgens aangifte verschuldigde belasting 94,97%
lageris dan de werkelijk verschuldigde belasting.