Conclusie
“restschuld”, dat resteert na aftrek van het bedrag van € 35.000,00, zoals genoemd in artikel 2.1 van het bedrag van € 175.000,00, zal zoveel mogelijk worden verrekend via (delen van) vergoedingen (“fees”) voor het verwerven van subsidies voor ETG (…) WTR zal afzonderlijk overeenkomsten van opdracht aangaan met ETG ten behoeve van de subsidiebegeleiding. Het hier gehanteerde begrip subsidie refereert aan de ruime definitie van subsidie zoals in de overeenkomst van opdracht opgenomen.
2.Bespreking van het cassatieberoep
Het principaal cassatieberoep
productie 8een kopie over van een overeenkomst die [verweerder] heeft gesloten met VDL Weweler B.V. Deze overeenkomst, die is gesloten met een vennootschap die niet tot de VDL ETG Groep behoort, voorziet niet in een vergoeding van 10%, maar in de welbekende staffel. De reden hiervan is evident. Bij gebreke van een verplichting tot vergoeding van de restant beëindigingsvergoeding, is er volstrekt geen reden om een vergoeding van 10% toe te kennen. Afrekening geschiedt dan op basis van een staffel.
productie 9);
productie 10);
productie 11);
afgewezen [29] . Indien het voorgaande betoog over het principale beroep wordt gevolgd, wordt aan het incidentele beroep niet toegekomen. Ik bespreek het niettemin inhoudelijk, voor het geval Uw Raad daar wel aan toe zou komen.
Puister/Van de Sande [34] . In die zaak was een reconventionele vordering ingesteld tot vergoeding van schade als gevolg van een conservatoir beslag. De rechtbank had deze vordering afgewezen. Die afwijzing was het logische gevolg van een toewijzing in conventie. De appeldagvaarding vermeldde wel dat in reconventie vernietiging en toewijzing werd gevorderd, maar in de memorie van grieven stond dat niet. Naar het oordeel van Uw Raad was het appel aldus te verstaan dat ook tegen de beslissing in reconventie werd opgekomen. Daarbij achtte Uw Raad van belang dat de appeldagvaarding mede strekte tot toewijzing van de vordering in reconventie. Daaraan deed niet af dat de definitieve omlijning van het hoger beroep pas bij de memorie van grieven geschiedt. Hieruit maak ik op dat een vordering in de appeldagvaarding, waarvoor geen aparte grieven behoeven te worden geformuleerd, ook in hoger beroep voorligt als deze in de memorie van grieven (abusievelijk) niet is herhaald [35] .