Conclusie
eerste middelen het
derde middelklagen over de bewezenverklaring van feit 1, de invoer van afgerond 300 kg cocaïne. Het eerste middel over de redengevendheid van de bewijsmiddelen en de betrokkenheid van de verdachte bij het transport, het derde middel over het medeplegen, nu de rol van de verdachte niet verder gaat dan die van medeplichtige.
volgens de mediain de partij zat. Uit het lachen van de partner van verdachte tijdens het afgeluisterde gesprek en het gebruik van het woord “Ananassen” (bewijsmiddel 5) blijkt volgens de verdediging dat de verklaring van verdachte voor zover inhoudende dat er een deel van het transport van hem was een grap was.
14.Het eerste middelfaalt in alle onderdelen.
derde middelklaagt over de motivering van het bewezenverklaarde medeplegen nu hetgeen aan de bewezenverklaring is ten grondslag gelegd op het eerste gezicht slechts duidt op gedragingen die met medeplichtigheid in verband kunnen worden gebracht. De bijdrage aan het feit van verdachte is naar het oordeel van de steller van het middel van onvoldoende gewicht om van medeplegen te kunnen spreken. Daarmee sluit het middel overigens voor wat betreft (de formulering van dit) criterium aan bij de vaste rechtspraak van de Hoge Raad. [1] Het hof doet dit overigens ook zodat in zoverre niet sprake is van verkeerde toepassing van het recht.
19.Ook het derde middelheeft geen kans van slagen.
tweede middelklaagt over de motivering van de bewezenverklaring van feit 7.
25.Het tweede middelfaalt.
vierde middelklaagt over de motivering van het onder 4 bewezenverklaarde medeplegen van het plegen van witwassen een gewoonte maken.
33.Het vierde middelfaalt.
vijfde middelklaagt over de motivering van de bewezenverklaring van feit 6.