Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2014 tot en met 26 augustus 2017 in de gemeente [plaats] , met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 2005), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , hebbende verdachte
De verklaring van de verdachte, afgelegd op 4 februari 2019 ter terechtzitting in eerste aanleg, inhoudende, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
NJ2012, 251, m.nt. Schalken). In deze zaak had het slachtoffer verklaard door haar opa te zijn misbruikt en bestond het steunbewijs – naast verklaringen waaruit bleek dat het slachtoffer en haar opa inderdaad samen waren geweest – uit een briefje waarop het slachtoffer onder meer had geschreven dat zij seks met haar opa had gehad. Dit briefje was net als in de onderhavige zaak eerst door de moeder van het slachtoffer gevonden, waarna het slachtoffer belastend over haar opa was gaan verklaren. De beslissing van het hof dat de verklaring van het slachtoffer in voldoende mate werd ondersteund door het overige bewijs, werd door de Hoge Raad in deze zaak stand gelaten. Ik meen dat reeds uit de vergelijking met deze zaak moet volgen dat ook in de onderhavige zaak de drempel van ‘voldoende steun’ voor feit 1 wordt gehaald.