Conclusie
Nummer22/03612
Inleiding
Het middel
Een ware nachtmerrie is over mij heen gekomen. Gisteravond vertelde [slachtoffer 2] dat [verdachte] in het zwembad in haar zwembroek heeft gezeten bij haar vagina. Het is gebeurd tijdens het stoeien. Ze heeft verschillende keren zijn handen weggeduwd maar hij kwam daar iedere keer weer terug.
Ten aanzien van feit 1 ([slachtoffer 1]):
Het klopt wel dat er een moment is geweest waarop [slachtoffer 1] meer contact met mij kwam zoeken. Ze zat in het examenjaar en moest dingen gaan leren. Ze vond het prettig om mijn hulp te krijgen. Het klopt wel dat ze naar mij toe schoof. Ik herken de eerste dingen: op de bank dat zij met rijlessen bezig was en ik met haar mee keek.
Tijdens de vakantie is er al over gesproken. Het klopt wel dat ik met [slachtoffer 2] heb gestoeid in het zwembad.
Door de raadsman is bepleit dat de verdachte van het onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde vrijgesproken dient te worden. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat de aangiften van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] onbetrouwbaar zijn. De moeder van de aangeefsters en de verdachte hebben in februari 2014 hun relatie beëindigd waarbij de moeder een wrok koesterde tegen de verdachte en de kinderen tegen hem heeft opgezet.