Conclusie
Nummer22/02962
Inleiding
Het eerste middel
proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1], ZD3b, p. 177-182, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als de op 14 oktober 2014 afgelegde verklaring van verdachte [betrokkene 1]:
“F. Witwassen Turkije
Ten aanzien van onroerend goed op naam van [betrokkene 1]
Conclusie
Zoals de rechtbank hiervóór al heeft overwogen, kan het gehele vermogen van [B] en de vennoten door de vermenging met de van misdrijf afkomstige inkomsten als besmet en daarmee als van misdrijf afkomstig worden aangemerkt. Dit brengt naar het oordeel van de rechtbank met zich dat het bedrag van ruim € 3.000.000,00 en de van dat geld aangekochte kavels alle uit misdrijf afkomstig zijn. Door zelf, dan wel met tussenkomst van andere personen, dat geld naar Turkije te brengen en van dat geld vervolgens in Turkije kavels te doen aankopen, via schijnconstructies met [betrokkene 1] en de echtgenote van [betrokkene 1] , heeft [verdachte] zich samen met anderen schuldig gemaakt aan witwassen. Meer in het bijzonder heeft hij het geld voorhanden gehad, overgedragen en omgezet en heeft hij de werkelijke aard en herkomst van dat geld verhuld en verhuld wie daarop de rechthebbende was. Hetzelfde geldt voor de kavels. Ook hiervan heeft hij de werkelijke aard en herkomst verhuld en verhuld wie daarop de rechthebbende was. Voorts heeft hij de kavels verworven en omgezet.
“De raadsvrouw deelt mee:
Na gehouden beraad deelt de voorzitter als beslissing van het hof mee:
Feit 1 onder parallelle dagvaarding - witwassen in Turkije
Het tweede middel
“D. De criminele organisatie (feit 1)
Het derde middel
“B. De hennepteelt in de verschillende kwekerijen (feit 2)
Zowel [verdachte] als [betrokkene 18] is in het pand aan de [c-straat 1] in Arnhem geweest. [verdachte] heeft [betrokkene 18] geadviseerd om het er uit te laten zien als een echt huis en zij spreken kort gezegd over wat nodig is voor een goede kwekerij. Ook hebben zij elkaar ontmoet in eetcafé “ [F] ” waarna [betrokkene 18] naar het pand aan de [c-straat 1] in Arnhem is gegaan. Op het moment dat de politie het pand is binnengetreden, heeft er vrijwel direct telefonisch contact plaatsgevonden tussen de huurder van het pand, [betrokkene 17] , en [verdachte] en tussen [betrokkene 18] en [verdachte] . Ongeveer een uur later is er op [B] een gesprek opgenomen tussen [verdachte] , [betrokkene 18] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] waarin wordt gesproken over de kwekerij aan de [c-straat 1] in Arnhem en wordt de situatie besproken, waarbij duidelijk is dat elke deelnemer aan dit gesprek op de hoogte is van de kwekerij en zich bemoeit met de ontstane situatie, namelijk dat de politie de hennepkwekerij heeft aangetroffen. De rechtbank concludeert dat dit gesprek de regievoering ten aanzien van deze kwekerij betreft.Hoewel het hof van oordeel is dat dit gesprek en de overige bewijsmiddelen onvoldoende is voor het medeplegen van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] bij deze kwekerij
pastdit wel
in het beeld van de organisatie, zoals de rechtbank heeft geschetst onder de (bewijs)waardering van de verklaringen van [betrokkene 7] , [betrokkene 6] en [betrokkene 10] .
Het vierde middel
“E. Het witwassen
Ten aanzien van de herkomst
€ 25.000,- aan de onderzijde van de hoekbank verstopt in de voering achter de rits (in de woonkamer op de eerste etage);
€94.600,- in de afzuigkap (in de keuken op de eerste etage);
€ 25. 000,- verstopt in de voering aan de onderzijde van een poef (in de slaapkamer op de tweede etage);
€ 24.950,- in een jas in een kledingkast (in de slaapkamer op de derde etage); zijnde in totaal € 169.550,-.
een omvangrijk bedrag met daarbij € 200.000,- aan vijfhonderdeuro-biljetten in de kluis is aangetroffen en deze biljetten nagenoeg alleen in het criminele circuit worden gebruikt;
niet aannemelijk is dat [betrokkene 27] en [betrokkene 29] bedragen van deze omvang hebben kunnen sparen; door [medeverdachte 3] en [verdachte] veel geld met de grootschalige hennepteelt en handel in hennep en hennepstekken is verdiend;
er sprake is van een zekere wederzijdse financiële hulp;
in de woning van [betrokkene 27] een totaalbedrag van € 169.550,- voor [medeverdachte 3] en [verdachte] is bewaard, zoals [betrokkene 27] ook zelf heeft verklaard;
in een OVC-gesprek concreet over het huren van een kluis door de zwager en/of zus van [verdachte] (en [medeverdachte 3] ) wordt gesproken en hiervan ook daadwerkelijk sprake is; en tot slot
na de uitnodiging van [betrokkene 29] op het politiebureau duidelijk overleg - duidend op een belang bij de inhoud van de verklaringen van [betrokkene 29] - plaatsvindt en zij vervolgens een verklaring aflegt conform het advies van [medeverdachte 3] ;
Stb. 2001, 606), houdt onder meer het volgende in:
van hun zusen in de kluis
van hun zus en zwageren niet op een plek die aan henzelf toebehoort. [24] Door een voorwerp bij een ander onder te brengen wordt de schijn gewekt dat dit voorwerp aan die ander toebehoort en is het voorwerp moeilijker in verband te brengen met de eigenaar en diens criminele activiteiten, zodat mede het zicht op de werkelijke (criminele) aard van het voorwerp wordt bemoeilijkt. Dit volgt ook uit de bewijsoverwegingen van het hof, waarin het hof heeft moeten vaststellen aan wie de aangetroffen contante geldbedragen toebehoorden en wat de werkelijke aard was aangetroffen contante geldbedragen (geen spaargeld of geld dat afkomstig was uit de verkoop van goud). Gelet hierop acht ik het oordeel van het hof dat de verdachte zich, door de geldbedragen te laten verstoppen in de woning van zijn zus en in de kluis van zijn zus en zwager, schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van witwassen in de vorm van het verbergen/verhullen van de werkelijke aard van de genoemde bedragen en het verbergen/verhullen van de rechthebbende(n) op de gelden, toereikend gemotiveerd.
Het vijfde middel
veroordelingter zake van een strafbaar feit (art. 33 Sr Pro)” en betogen zij dat dat betekent dat er bij ontslag van alle rechtsvervolging geen verbeurdverklaring kan worden opgelegd. Omdat de verdachte ten aanzien van het witwassen van de verbeurdverklaarde geldbedragen door het hof is ontslagen van alle rechtsvervolging, zou het hof deze geldbedragen ten onrechte verbeurd hebben verklaard.