Conclusie
Nummer21/04736
De procedure in cassatie
“moord”veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig jaren, onder aftrek als bedoeld in artikel 27 Sr Pro. Daarnaast heeft het hof de vorderingen van de benadeelde partijen gedeeltelijk toegewezen en in dit verband de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Ook heeft het hof de tenuitvoerlegging gelast van een gevangenisstraf van tien maanden, die voorwaardelijk was opgelegd bij vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 februari 2018.
De cassatiemiddelen – een kort overzicht vooraf
Het debat ter terechtzitting en de strafmaatoverwegingen van het hof
De voorzitter stelt de persoonlijke omstandigheden aan de orde.
Het eerste middel – de begrijpelijkheid van de strafoplegging
“kaal”opsluiten van een verdachte die uitdrukkelijk verzoekt om mentale hulp en waarbij er aanwijzingen bestaan dat er sprake kan zijn van een stoornis, is in strijd met het recht op eerbiediging van de ‘mentale integriteit’ (artikel 3 lid 1 Handvest Pro EU en artikel 8 EVRM Pro) en bovendien is de veroordeling tot de zwaarst mogelijke tijdelijke gevangenisstraf van een dergelijke verdachte in strijd met (de positieve verplichtingen van) de artikelen 3 en 5 EVRM;
“een en ander wellicht kan worden opgenomen in de uitvoeringsvoorwaarden”en dat
“aan een oplossing dient te worden gewerkt en het zoeken is naar een behandeling zodat cliënt weer in balans komt.”
geen onberekenbare TBS-patiënt is” en de tbs niet is ingericht voor de behandeling die de verdachte (wel) nodig zou hebben, ook heeft de verdachte niet willen meewerken aan onderzoek in het Pieter Baan Centrum. Hierdoor kon het hof – ondanks het voorhanden zijn van een aantal verslagen die zien op behandelingen binnen de geestelijke gezondheidszorg – onvoldoende aanknopingspunten vinden voor de vaststelling (1) dat er bij de verdachte sprake was van een gebrekkige ontwikkeling en/of een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, (2) die heeft doorgewerkt ten tijde van het delict en (3) dat deze stoornis bovendien een zodanig gevaar oplevert voor de algemene veiligheid van personen dat dit de oplegging van de tbs-maatregel wettigt.
advisory opinion.
advisory opinionover de hantering van artikel 7 EVRM Pro lijkt mij daartoe in de onderhavige zaak geen gerede aanleiding te bestaan.
Het tweede middel – de duur van de opgelegde gijzeling
Het EHRM kwam tot het oordeel dat art. 7 EVRM Pro was geschonden. Het overwoog daartoe onder meer dat:
de meest gunstige is. Ook in dit verband verwijs ik naar het hiervoor genoemde arrest van het EHRM in de zaak Scoppola.” [18]
“of all the laws in force during the period between the commission of the offence and delivery of the final judgment”de meest gunstige is.