Conclusie
1.Inleiding
2.Waarover de zaak gaat
3.Het eerste middel
4.Het tweede middel
5.Het derde middel
6.Het vierde middel
[account 3] @ennetcom.com. Dit was toen het enige emailadres waarvoor toestemming werd gevraagd. Dezelfde dag kreeg de OvJ van de RC toestemming met de opmerking dat de er onderzoek dient te worden verricht aan de hand van een vooraf door de RC goed te keuren plan van aanpak ZD02.07550.De Officier had dus alleen toestemming om het e-mailadres [account 3] nader te onderzoeken. Maar op 13 maart 2017 heeft verbalisant [verbalisant] een proces verbaal van bevindingen opgesteld waarin hij de berichten tussen [account 3] en [account 4] beschrijft. Dit mag gelet op de toestemming van de RC van 3 januari 2017. Het gesprek zelf is niet heel boeiend. Beide gebruikers maken een afspraak om elkaar op 11 oktober 2015 te ontmoeten. Er wordt niet openlijk gesproken over strafbare feiten.
[account 5] @ennetcom.com, terwijl er nog alleen maar toestemming is voor het emailaccount van [account 3] .Op 13 maart 2017 verzoekt de Officier van Justitie juist met dit rapport van verbalisant [verbalisant] om toestemming om de accounts [account 4] en [account 5] nader te onderzoeken. Maar uit het rapport van verbalisant [verbalisant] d.d. 13 maart 2017 blijkt dat er inhoudelijke berichten zijn onderzocht en bekeken tussen [account 4] en [account 5] , pagina ZD02-07577.
[account 1] @ennetcom.comterwijl daar ook nog geen toestemming voor is pagina ZD02-07577.
artikelen 6 en 8 EVRM) van alle Ennetcom-gebruikers zijn geschonden. Het gaat om schending van de eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer (
artikel 8 EVRM Pro). Door die schending zou ook het recht van cliënt op een eerlijk proces (
artikel 6 EVRM Pro) zijn geschonden. Gelet op deze fouten dient naar de mening van de verdediging volgens artikel 359aSv bewijsuitsluiting te volgen van alle data afkomstig uit de Ennetcom server van Canada.”
alsmede dezelfde gegevens van de toestellen die met dit toestel in direct contact hebben gestaan(cursivering van het hof). Nu het account [account 4] naar voren is gekomen naar aanleiding van het onderzoek dat rechtstreeks is gevolgd uit het onderzoek naar de [account 3] is het hof van oordeel dat ook dit past binnen de machtiging van de rechter-commissaris zoals afgegeven bij beslissing van 3 januari 2017.
en de direct met deze accounts in verbinding staande adressen.