Conclusie
Nummer23/00123
Inleiding
Het eerste middel
Formeel verweer: er is sprake van ernstige vormverzuimen als bedoeld in art. 359a Sv
" [slachtoffer] bij [verdachte] binnen was geweest en dat [verdachte] aan haar had gezeten".De moeder van [slachtoffer] is vervolgens direct op 3 september 2018 naar de politie gegaan, en stuurt haar dochter op het moment dat ze het bureau binnen loopt een berichtje waarin ze zegt aangifte te gaan doen. Pas dan vraagt ze aan [slachtoffer]
"of het waar was, wat er gezegd werd".Kennelijk wordt daarna direct een informatief gesprek met [slachtoffer] zelf georganiseerd want dit vindt ook op 3 september 2018 plaats, in de avond.
“zij wilden weten wat hij ging doen".Uit de woordelijke uitwerking van het informatieve gesprek blijkt dat [slachtoffer] tijdens dit eerste gesprek met de politie uitlatingen heeft gedaan als:
“we wilden kijken of hij raar ging doen (..) ik wilde kijken wat hij nou eigenlijk was. En ik wilde dat hij de waarheid kon vertellen (..) over zichzelf’.
“Ik ben die avond aan mensen gaan vragen of ze hem kenden. Hij is gewoon bekend bij ons in de buurt. Mij is toen verteld dot hij pedofiel is en weleens had gezeten voor seksueel misbruik.”
“Ik weet dat er contact was omdat er een overeenkomst was. Ze waren beide met de verdachte in contact geraakt en ik zag [betrokkene 1] en [slachtoffer] toen ook samen lopen op school. [slachtoffer] vertelde dat ze beiden contact hadden met dezelfde persoon, de verdachte. Ik weet dat dus van [slachtoffer] .”
“En [betrokkene 1] is toevallig een meisje die misschien gezegd heeft ik vind het wel leuk. Maar het hoort niet."Blijkbaar heeft de moeder die informatie dan al van haar dochter gekregen, die ook zelftijdens haar informatieve gesprek al vertelt dat [verdachte] , de oom van [betrokkene 5] , met [betrokkene 1] contact had en
“dingen met [betrokkene 1] deed”.
"op grond van het dossier niet aannemelijk is geworden dat [betrokkene 1] en [slachtoffer] hun verklaringen op elkaar hebben afgestemd."
“Oh ja, hij heeft mij nog iets op snapchat gevraagd. Maar toen heb ik hem geblokkeerd.”-> wat heeft hij gevraagd? Wanneer? Laten zien dat ze hem heeft geblokkeerd?
“verder wist [betrokkene 4] te vertellen dat ze via [betrokkene 1] had gehoord dat [verdachte] had gezeten, waarvoor wist ze niet.”-> niet is uitgevraagd wanneer ze dat dan van haar dochter had gehoord en wat de aanleiding was voor dit gesprek;
“om te vragen of op school [betrokkene 1] contact had met [slachtoffer] "-> niet is gevraagd wat de school daarop heeft gezegd.
Verweer ten aanzien van het in feit 1 subsidiair ten laste gelegde
Bewijsuitsluiting
Het tweede middel
[slachtoffer] - zakelijk weergegeven- :
[slachtoffer]:
als de op 10 oktober 2018 afgelegde verklaring van getuige [betrokkene 2] :
als verklaring van aangeefster [betrokkene 7] :
[betrokkene 6]: