Conclusie
1.De cassatieprocedure
2.Het feitelijke verloop van de zaak
3.De bewezenverklaring en de bewijsvoering
Inleiding
[A-G: lees slachtoffer]gebruik heeft gemaakt van drie verschillende voorwerpen sterkt het hof in de overtuiging dat er sprake is geweest van een vooraf gemaakt plan om het slachtoffer om het leven te brengen. Ten slotte ziet het hof ook het feit dat de verdachte die dag al rond 07:20 uur in het bedrijf was als een aanwijzing voor de conclusie dat de verdachte volgens een vooraf gemaakt plan te werk is gegaan. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij al de jaren dat hij bij [A] gewerkt heeft, op zijn vroegst om 7:50 uur op het bedrijf was. De verklaring van de verdachte dat hij op de bewuste dag pas om 08:10 uur op het bedrijf was wordt, zoals hiervoor is aangegeven, weerlegd door de bewijsmiddelen. Uit het dossier blijkt geen enkele reden waarom de verdachte die dag al om 07:20 uur op het bedrijf moest zijn. Uitgaande van een vooraf gemaakt plan had de verdachte tijd nodig om vast te kunnen stellen of het slachtoffer inderdaad alleen in het pand was, hij moest de benodigde spullen tevoorschijn halen en hij moest zich na zijn daad ook van belastende sporen ontdoen, zoals ook daadwerkelijk gebeurd is. De politie heeft de bijl en de onkruidwieder immers in de sloot bij het bedrijf aangetroffen (…). Dit alles moest gebeuren voordat die dag de andere medewerkers in het pand zouden arriveren. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij altijd om 08:30 uur begint (…). Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij rond 08.20 begint (…). Het feit heeft plaatsgevonden op een vrijdag en getuige [getuige 3] , de enige werknemer die vroeger dan 08.30 begon, werkte nooit op vrijdag hetgeen bij de verdachte blijkens zijn verklaring ter terechtzitting in hoger beroep ook bekend was.
Een geschrift, zijnde een rapport van het NFI “Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood” (…):
Een proces-verbaal van bevindingenvan het Team Grootschalige Opsporing (…):
Een proces-verbaal van bevindingenvan het Team Grootschalige Opsporing (…):
Een proces-verbaal sporenonderzoekvan de eenheid Den Haag Dienst Regionale Recherche afdeling specialistische ondersteuning team forensische opsporing (…):
Een geschrift, zijnde een rapport van het NFI “Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] in [plaats] op 3 augustus 2018” (…):
Een geschrift, zijnde een rapport van het NFI “Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] in [plaats] op 3 augustus 2018” (…):
Een geschriftzijnde een rapport van het NFI “Microanalyse van invasief trauma (MIT) aan stukjes schedelbot n.a.v. een geweldsdelict in [plaats] op 3 augustus 2018”(…):
H1: De letsels, B, D, G, H, J [AACC3721NL], [AACC3722NL], [AACC3723NL] en [AACC3724NL] zijn veroorzaakt met de bijl [AALK3060NL].
H2: De letsels, B, D, G, H, J [AACC3721NL], [AACC3722NL], [AACC3723NL] en [AACC3724NL] zijn veroorzaakt met een willekeurig ander slagvoorwerp dan de bijl [AALK3060NL].
H1waar is dan wanneer hypothese
H2waar is.
H3: De letsels B, D, G, H en J [AACC3721NL], [AACC3722NL], [AACC3723NL] en [AACC3724NL] zijn veroorzaakt met een bijl.
H4: De letsels B, D, G, H en J [AACC3721NL], [AACC3722NL], [AACC3723NL] en [AACC3724NL] zijn veroorzaakt met een willekeurig ander slagvoorwerp dan een bijl.
H3waar is, dan wanneer hypothese
H4waar is.
Een geschrift, zijnde een rapport van het NFI “Bloedspoorpatroonanalyse naar aanleiding van het aantreffen van een overleden persoon aan de [a-straat 1] in [plaats] ” (…):
Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagnemingvan het Team Grootschalig Opsporing (…):
10.Een proces-verbaal van bevindingenvan het Team Grootschalige Opsporing (…)
het hof begrijpt: 2018) heeft er een doorzoeking plaatsgevonden in het bedrijfspand [A] B.V., gevestigd aan de [a-straat 1] te [plaats] . Tijdens de doorzoeking is, door gespecialiseerd personeel om digitale apparatuur “veilig te stellen”, in het kantoor op de begane grond, de werkcomputer van verdachte [verdachte] inbeslaggenomen.
Een proces-verbaal van verhoor getuigevan het Team Grootschalige Opsporing (…):
[getuige 3] :
Een proces-verbaal Laadgegevens Opel Amperevan het Team Grootschalige Opsporing (…):
Een proces-verbaal Logbestanden alarm [A]van het Team Grootschalige Opsporing (…):
14.Een proces-verbaal van bevindingenvan het Team Grootschalige Opsporing (…)
Een proces-verbaal van bevindingen 112-meldingvan het Team Grootschalige Opsporing (…):
16.Een proces-verbaal van bevindingenvan het Team Digitale Expertise (…):
Een proces-verbaal van verhoor getuigevan het Team Grootschalige Opsporing (…):
Een proces-verbaal van onderzoek mobiel toestelvan het Team Digitale Expertise (…):
Een proces-verbaal van bevindingenvan het Team Grootschalige Opsporing (…):
20.De verklaring van de verdachte
Een proces-verbaal van bevindingenvan het Team Grootschalige Opsporing (…):
[verdachte]:
22.Een proces-verbaal van verhoor getuige(…):
[verdachte]:
23.Een proces-verbaalvan het Team Grootschalige Opsporing (…)
24.Een proces-verbaal van bevindingenvan het Team Forensische Opsporing (…):
25.Proces-verbaal van bevindingenvan het Team Forensische Opsporing (…):
Een proces-verbaal Rijroute [verdachte] woon-werkvan het Team Grootschalige Opsporing (…):
27.Een proces-verbaal van bevindingenvan het Team Forensische Opsporing (…):
, betekent dat de klok van de Audi GPS-gestuurd is. De tijd en datum worden afhankelijk van de handmatig gekozen tijdzone ingesteld. In dit geval stond de tijdzone ingesteld op UTC+01:00. Wat betekent dat de klok stond ingesteld op Midden-Europese Tijd. De automatische zomertijd stond ingeschakeld in het systeem. Dit houdt in dat de klok bij het begin van de zomer- of wintertijd automatisch een uur vooruit of achteruit gaat.
28.Proces-verbaal van bevindingenvan het Team Forensische Opsporing (…):
Een proces-vervaal van bevindingen camerabeeldenvan het Team Grootschalige Opsporing (…):
30.Een proces-verbaal van bevindingenvan de Politie Eenheid Den Haag (…):
Een proces-verbaal van bevindingen uitlopen kentekensvan het Team Grootschalige Opsporing (…):
Een proces-verbaal uitkijken camerabeelden [c-straat 1]van het Team Grootschalige Opsporing (…):
Een proces-verbaal van bevindingenvan het Team Grootschalige Opsporing (…):
34.Een proces-verbaal van bevindingenvan de politie Eenheid Den Haag (…):
Een geschriftzijnde een rapport van het NFI "Evaluatie van de bevindingen van het bloedspoorpatroononderzoek en het DNA- en RNA-onderzoek naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overzocht van [slachtoffer] in [plaats] op 3 augustus 2018" (…):
Een geschriftzijnde een rapport van het NFI “Voorlopig sectierapport” (…)”:
B tot en met L, waarbij de letter E vijf huidverscheuringen beschrijft; een uitgebreide beschrijving van deze letsels ontvangt u in de definitieve sectierapportage). Deze letsels waren rondom aan het (behaarde) hoofd aanwezig en boven de rechterwenkbrauw. De wondranden van deze letsels waren grotendeels gladrandig en plaatselijk ruwrandig met in het wondbed plaatselijk weefselbruggen en onderhuidse bloeduitstortingen. Het merendeel van de letsels had een rechtlijnig of iets gebogen aspect, één van de letsels had een L vorm (J) en er waren twee complexen van letsels (H en I) met meerdere inkepingen en huidflapjes. Plaatselijk waren er oppervlakkige huidbeschadigingen en was er indroging en groene huidverkleuring van de wondranden. De (niet complexe) huidverscheuringen waren minimaal circa 2 cm en maximaal circa 8 cm lang. In relatie met de letsels was er perforatie en bloeduitstorting van de schedelhuid, lijnvormige defecten, (min of meer streepvormige) impressiebreuken (impressiefracturen) en plaatselijk (met name links zij-achterwaarts) verbrijzeling van het schedeldak. Eén van de schedeldefecten verliep net tot in de midlijn van de achterste schedelgroeven. Er waren meerdere verscheuringen van de harde en zachte hersenvliezen (met name links zij-achterwaarts) en er was een dunne bloedfilm onder het harde hersenvlies (subduraal) en onder de zachte hersenvliezen (subarachnoidaal) beiderzijds. Er was plaatselijk verbrijzeling van de hersenen (links zij-achterwaarts), er waren hersenkneuzingen links en rechts zijwaarts (temporaal) en er was hersenzwelling door vochtophoping. Vijf defecten van het schedeldak (B, D, G, H en L) zijn bemonsterd voor eventueel MIT (microsporen)onderzoek. Twee letsels (E en K) werden bemonsterd voor letseldateringsonderzoek. Tevens waren er plaatselijk aan de schedelhuid oppervlakkige huidbeschadigingen en was er vlekkige roodheid (beschreven onder E en H).
A).Het snoerspoor was circa 0,5 cm breed en verliep vrijwel in één vlak en op één plaats links zijwaarts in de hals, iets omhoog. Er was indroging en vlekkige rode verkleuring. In het snoerspoor waren maden aanwezig. Er waren inwendig geen bloeduitstortingen in de weke delen van de hals en geen bloeduitstortingen/geen breuken van het strottenhoofd en het tongbeen.
M). Er was beschadiging van het onderliggende botweefsel.
N tot en met Q).
Een geschriftzijnde een rapport van het NFI "Beantwoording vragen aangaande het verrichte bloedspoorpatroononderzoek naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overzocht van [slachtoffer] in [plaats] op 3 augustus 2018" (…):
38.Een proces-verbaal van verhoor getuige(…):
[getuige 1]:
39.Een proces-verbaal van verhoor getuige (…):
[getuige 5]:
40.Relaas forensisch dossiervan de Politie Den Haag (…):
41.Een proces-verbaal van verhoor getuige(…):
[getuige 5]:
42.Een proces-verbaal van verhoor getuige(…):
[getuige 1]:
Een proces-verbaal van bevindingenvan het Team Grootschalige Opsporing (…):
Een proces-verbaal van bevindingenvan het Team Grootschalige Opsporing (…):
4.Het eerste middel
5.Het tweede middel
De autosleutel
zou zijn weggereden. Dus niet de tijd waarop de sleutel in het contact is geplaatst (test 1) en ook niet de tijd waarop de auto is gestart (test 2). In de aantekeningen die op p. 1941 staan staat dat de motor om 15.59 is gestart > toen kennelijk geen registratie en dat er voorts om 16.00u is weggereden en met 12 km per uur een afstand van 100 meter is afgelegd en dat daarna de sleutel uit het contact is gehaald. Over het afleggen van 100 meter met een snelheid van 12 km per uur is circa 30 seconden nodig. En laat dat nou net corresponderen met de geregistreerde tijd: 16.00.28. Met andere woorden: de geregistreerde tijd is de tijd dat ofwel
wordt gestopt met rijden ofwel de motor wordt uitgezet. Het registreert derhalve niet het begin van de rit maar
het eind van een rit.
op het moment van wegrijden;
op het moment van wegrijden, zodat het betoog van de raadsvrouw over de autosleutelgegevens “geen hout snijdt”. Vervolgens is het hof uitgebreid ingegaan op hetgeen is waargenomen op de camerabeelden van de Nieuwendijk 26 en [c-straat 1] in [plaats] en op het daarop volgende kentekenonderzoek. Ten aanzien van die locatiegegevens heeft het hof opgemerkt dat het hof geen aanleiding heeft om te twijfelen aan de juistheid van die gegevens. In deze overwegingen ligt de verwerping besloten van het verweer dat het erg onwaarschijnlijk is dat de auto van de verdachte in 18 seconden van huis naar de [b-straat 1] is gereden en het verweer dat de google-locatiegegevens later handmatig moeten zijn toegevoegd. In dat verband is mede van belang dat het hof de onderzoeksbevindingen ten aanzien van de autosleutel, de camerabeelden en de google-locatiegegevens in onderlinge samenhang heeft beschouwd en heeft overwogen dat de gegevens van de autosleutel en de camerabeelden worden bevestigd door de google-locatiegegevens.
6.Het derde middel
7.Het vierde middel
NJ2023/57 m.nt. J.M. Reijntjes het kader voor het oproepen van deskundigen als getuigen verduidelijkt:
op welke wijzerekening is gehouden met het verschil tussen bloedspatten op een niet-absorberende ondergrond enerzijds en bloedspatten op een absorberende ondergrond anderzijds. Het hof heeft het verzoek tot het horen van de getuige-deskundigen afgewezen op grond van het noodzakelijkheidscriterium. Daarmee heeft het hof de maatstaf gehanteerd die aangelegd dient te worden bij de beoordeling van voorwaardelijke verzoeken tot nader horen van getuige-deskundigen op grond van art. 315 Sv Pro jo. art. 415 Sv Pro. Het hof heeft het verzoek tot het horen van de getuigen afgewezen. Dit oordeel acht ik niet in strijd met art. 6 EVRM Pro en evenmin onbegrijpelijk. Dat licht ik hieronder toe.
op welke wijzerekening is gehouden met de absorberende werking van de stof, zoals de steller van het middel aanvoert, doet daar niet aan af. De wijze waarop de bloedspatten door het NFI zijn geïnterpreteerd is immers uitgebreid beschreven in het rapport zelf (bewijsmiddel 35). Het hof heeft zich door de reactie van het NFI, in samenhang met de inhoud van het rapport, voldoende ingelicht kunnen achten.
8.Het vijfde middel
BESLISSING
9.Het zesde middel
"de bijl en de onkruidwieder uit de werkkast haalde en het touw heeft gepakt”– en het moment dat het slachtoffer daadwerkelijk om het leven is gebracht, zodat uit de bewijsvoering niet zonder meer kan worden afgeleid dat de dader voldoende tijd heeft gehad om zich te beraden op het aldus genomen besluit;”
daaromvolgens een vooropgesteld plan heeft gehandeld. Gesteld wordt: “De enkele omstandigheid dat niet is komen vast te staan dat is gehandeld in een gemoedsopwelling, is volgens bestendige jurisprudentie van Uw Raad immers niet toereikend om daaraan de gevolgtrekking te verbinden dat sprake is geweest van voorbedachte rade.”
daarom[cursivering AG] van uit dat de verdachte weloverwogen te werk is gegaan volgens een op enig moment voorafgaand aan het gebeuren gemaakt plan. Het hof leidt dit af uit het navolgende.”
uiterlijk[cursivering A-G] op het moment dat de verdachte de bijl en de onkruidwieder uit de werkkast haalde en het touw heeft gepakt, hij besloten moet hebben het slachtoffer om het leven te brengen. Het gebruik van drie verschillende voorwerpen sterkt het hof in de overtuiging dat er sprake was van een vooraf gemaakt plan. Ten slotte heeft het hof
ook[cursivering A-G] het feit dat de verdachte die dag al rond 07:20 uur in het bedrijf was als een aanwijzing gezien voor de conclusie dat de verdachte volgens een vooraf gemaakt plan te werk is gegaan.
10.Het zevende middel
bijlage 1wordt een schematisch overzicht gegeven van de structuur van [A] en de onderliggende holdings alsmede het management fee en het salaris. Als
bijlage 2worden de jaarrekening van A.D. [G] B.V. over het jaar 2017 alsmede de jaarrekening van [A] B.V. 2017 overgelegd. Als
bijlage 3wordt de jaaropgave alsmede enkele salarisspecificaties van wijlen [slachtoffer] overgelegd.
bijlage 6wordt een door fiscalist [fiscalist] opgestelde berekening (met onderliggende bijlagen
6 a) van het inkomensverlies, ontstaan door het overlijden van [slachtoffer] , overgelegd. Bij de berekening van de overlijdensschade is aansluiting gezocht bij de rekenmethode van de letselschade raad (
bijlage 7), gebaseerd op de notitie Denktank overlijdensschade.
bijlage 8).