Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
rechtermerkt op dat betrokkene niet ter zitting is verschenen.
advocaatvertelt dat hij in de afgelopen week contact met betrokkene heeft gehad. Betrokkene geeft aan dat zij met rust gelaten wil worden. Zij voelt zich niet gehoord. De advocaat geeft aan dat betrokkene op de hoogte is van de zitting. Zij heeft vanochtend een emailbericht aan de advocaat gestuurd waarin zij haar mening kenbaar maakt. De advocaat maakt uit het emailbericht op dat betrokkene naar het buitenland is vertrokken.
casemanagergeeft aan dat er meerdere pogingen zijn ondernomen om contact met betrokkene te krijgen, maar dat is niet gelukt. De casemanager geeft aan dat er grote zorgen over betrokkene zijn.
rechterconcludeert dat betrokkene de zorg afhoudt, maar wel op de hoogte is van deze zitting. De rechter heeft kennisgenomen van het emailbericht van betrokkene en heeft dit emailbericht in het dossier gevoegd. De rechter maakt uit het emailbericht van betrokkene op dat zij momenteel in het buitenland zou verblijven. De vraag is of dat echt zo is. De rechter concludeert wel dat betrokkene niet aanwezig is in haar woning te [plaats]. Verder is het de rechter gebleken dat betrokkene ook niet heeft willen spreken met de onafhankelijk psychiater welke de medische verklaring heeft opgesteld.
rechterstelt vast dat betrokkene op de hoogte was van de zitting en er kennelijk voor heeft gekozen om niet ter zitting aanwezig te zijn. Zij heeft haar standpunt kenbaar gemaakt middels een email-bericht.
raadsman(…). Daarbij is betrokkene verder niet door de onafhankelijk psychiater onderzocht.”
Daarom is wonen en werken in het buitenland voor mij verleden jaar al een betere oplossing gebleken. Ik heb er erg veel zin in.
Ik weet niet wat de zorgen zijn, deze zijn niet onderbouwd, en wie dit daadwerkelijk heeft aangevraagd. Ook ben ik van zaken niet geïnformeerd en krijg ik over diverse personen niet te horen wie zij zijn, en met wie ik in gesprek ben geweest (gedwongen). De mogelijkheid een klacht daarover in te dienen is mij daardoor ontnomen.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel 1is gericht tegen de beslissing van de rechtbank om de behandeling van het verzoek voort te zetten in afwezigheid van betrokkene.
Onderdeel 2is gericht tegen de beslissing van de rechtbank de zorgmachtiging te verlenen, terwijl uit de beschikking en uit het proces-verbaal niet blijkt dat de rechtbank heeft onderzocht of het medisch onderzoek door de onafhankelijke psychiater in een direct contact met betrokkene redelijkerwijs niet mogelijk was.
Onderdeel 3bevat een voortbouwklacht.
Volgens de tweede klacht heeft de rechtbank niet vastgesteld of betrokkene in staat of bereid was om zich te doen horen en had de rechtbank nader onderzoek moeten doen naar de bereidheid van betrokkene zich te doen horen.
Dit brengt mee dat de rechter die van oordeel is dat deze bereidheid ontbrak, dit in zijn beschikking dient vast te stellen en dat hij de gronden dient te vermelden waarop dat oordeel berust. Niet noodzakelijk is evenwel dat de rechter vaststelt dat de betrokkene heeft verklaard voormelde bereidheid te missen. Voldoende is dat dit naar het oordeel van de rechter kan worden afgeleid uit de wijze waarop de betrokkene zich heeft gedragen, in het bijzonder ook bij de door de rechter aangewende pogingen [4] om de betrokkene in zijn woon- of verblijfplaats te horen op grond van artikel 6:1 lid 2 Wvggz Pro. [5]
tijdelijkin het buitenland verblijft. Dijkers merkt mijns inziens terecht op dat bij een permanent verblijf in het buitenland van een betrokkene aanhouding weinig zin heeft en toewijzing van het verzoek evenmin nu een Wvggz-maatregel niet als zodanig buiten Nederland ten uitvoer kan worden gelegd. [11] In een uitspraak van 21 januari 2022 [12] oordeelde de Hoge Raad dat nu de rechtbank had vastgesteld dat betrokkene ten tijde van de mondelinge behandeling in het buitenland verbleef en niet had vastgesteld dat betrokkene niet in staat of niet bereid was zich te doen horen, zij geen zorgmachtiging had mogen verlenen, maar de behandeling van het verzoek had moeten aanhouden.
onderdeel 1. Deze slagen grotendeels.
eerste klachtinhoudt dat de rechtbank de mondelinge behandeling van het verzoek ingevolge artikel 6:1 lid 3 Wvggz Pro had moeten aanhouden, omdat betrokkene op dat moment in het buitenland verbleef, faalt deze bij gebrek aan feitelijke grondslag. De rechtbank heeft in de bestreden beschikking immers niet vastgesteld dat betrokkene ten tijde van de mondelinge behandeling in het buitenland verbleef. Uit r.o. 2.1. van de bestreden beschikking volgt dat de rechtbank uit het e-mailbericht van betrokkene aan haar advocaat van 14 februari 2025 heeft opgemaakt dat betrokkene ten tijde van de mondelinge behandeling van het verzoek in het buitenland “zou verblijven
”. De rechtbank overweegt in dat kader dat het “de vraag is of dat echt zo is”. Kennelijk twijfelde de rechtbank aan de mededeling van betrokkene in het e-mailbericht aan haar advocaat dat zij “vanaf 13 februari 2025 (…) niet meer woonachtig in Nederland” is (zie hiervoor onder 2.5). Of betrokkene al dan niet in het buitenland verblijft, heeft de rechtbank derhalve in het midden gelaten.
Nu de rechtbank kennelijk niet zeker was of betrokkene zich ten tijde van de mondelinge behandeling van het verzoek nog in Nederland bevond, had de rechtbank hiernaar mijns inziens nader onderzoek moeten verrichten. Zo had de rechtbank een poging kunnen doen om betrokkene ter zitting te bellen en/of nadere vragen aan de advocaat van betrokkene en/of de casemanager kunnen stellen om zo meer informatie in te winnen met betrekking tot het (mogelijke) vertrek van betrokkene naar het buitenland.
tweede klachtdat de rechtbank niet heeft vastgesteld of betrokkene in staat of bereid was om zich te doen horen en dat de rechtbank nader onderzoek had moeten doen naar de bereidheid van betrokkene zich te doen horen, slaagt.
Het onderdeel betoogt dat uit de bestreden beschikking niet blijkt dat de rechtbank heeft onderzocht of in dit geval medisch onderzoek in fysieke aanwezigheid van betrokkene redelijkerwijs niet mogelijk was. Ook ter zitting is aan dit punt door de rechtbank blijkens het proces-verbaal geen aandacht besteed, terwijl de advocaat van betrokkene erop heeft gewezen dat de onafhankelijke psychiater betrokkene niet fysiek heeft onderzocht, aldus het onderdeel.
Aldus heeft de rechtbank miskend dat de omstandigheden die de onafhankelijke psychiater in de medische verklaring heeft genoemd om betrokkene niet fysiek te horen of te onderzoeken, niet voldoende waren om de uitzondering op de hoofdregel te rechtvaardigen, zodat de beslissing van de rechtbank om de zorgmachtiging te verlenen rechtens onjuist, althans onbegrijpelijk en onvoldoende gemotiveerd is, aldus, in de kern, het tweede onderdeel.
onderdeel 2. De klachten van dit onderdeel slagen.
Datum en tijdstip van het onderzoek van betrokkene:
Wat zijn de symptomen die betrokkene vertoont?
6.Ernstig nadeel
Welke symptomen, gedragingen of feiten zoals genoemd in vraag 6c zijn niet door uzelf waargenomen, maar door anderen aan u meegedeeld? Geef aan door wie u dit is meegedeeld alsmede diens relatie tot betrokken.
Toelichting
10.Overige mededelingen
Uit het van de mondelinge behandeling opgemaakte proces-verbaal blijkt dat ook de casemanager heeft verklaard dat er meerdere pogingen zijn ondernomen om contact met betrokkene te krijgen, maar dat dit niet is gelukt. [19] Onduidelijk is of deze verklaring ook betrekking heeft op de pogingen van de onafhankelijke psychiater.