Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
RFR2021/41, vermeldt dat het horen van betrokkene/cliënt groot goed is en blijft en vuistregel is (zo volgt uit vaste rechtspraak) dat daartoe twee pogingen moeten worden ondernomen.
Dit alles lijkt mij voldoende om af te leiden dat bij betrokkene de bereidheid ontbrak om te worden gehoord. Het is immers niet noodzakelijk dat de rechter vaststelt dat de betrokkene heeft verklaard voormelde bereidheid te missen. Voldoende is dat dit naar het oordeel van de rechter kan worden afgeleid uit de wijze waarop de betrokkene zich heeft gedragen. [20]
onderdelen II en IIIrichten hun pijlen op rov. 2.2 en 2.3 en klagen dat de rechtbank ten onrechte aannames heeft gedaan ten aanzien van de stoornis en het ernstig nadeel, terwijl actuele gegevens ontbreken, althans zou het onbegrijpelijk zijn hetgeen de rechtbank in rov. 2.2 heeft overwogen, althans zou dit onvoldoende zijn gemotiveerd.
het aanzienlijk risico op”ernstig nadeel. In het licht van het dossier en de voorgeschiedenis van betrokkene met betrekking tot zijn middelengebruik is het oordeel van de rechtbank dat sprake is van (een aanzienlijk risico op) ernstig nadeel door gedrag als gevolg van een psychische stoornis niet onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd. Voor het overige is ook dit oordeel feitelijk van aard, zodat het in cassatie niet op juistheid kan worden getoetst.
onderdelen II, III en IVfalen op grond van het voorgaande.