ECLI:NL:RBBRE:2010:BL8859
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermogensschatting en boetemaatregel bij buitenlandse bankrekening niet volledig gegrond verklaard
Belanghebbende werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag en vergrijpboete wegens het niet opgeven van vermogen op buitenlandse bankrekeningen bij Kredietbank Luxemburg. De inspecteur baseerde zijn aanslag op microfiches afkomstig uit een gerechtelijk dossier, waarbij een schatting werd gemaakt met een factor 1,5 vanwege vermeende hogere saldi bij weigeraars.
De rechtbank acht aannemelijk dat belanghebbende de rekeninghouder is en dat sprake is van kwade trouw, waardoor navordering gerechtvaardigd is. De bewijslast werd omgekeerd, waarbij belanghebbende het vermoeden niet heeft ontzenuwd. De gebruikte schattingsmethode wordt in grote lijnen aanvaard, maar de rechtbank wijst de factor 1,5 af wegens gebrek aan redelijkheid.
De boete wordt gematigd van 100% naar 80%, met een verdere matiging van 20% vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank vernietigt de eerdere uitspraken op bezwaar, vermindert de aanslag en boete, en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en boete worden gematigd wegens onredelijkheid van de schattingsfactor en overschrijding van de redelijke termijn.