ECLI:NL:RBBRE:2010:BN3751
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.A.F.M. Stassen
- D. Hund
- M.M. de Werd
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslag buitenlandse bankrekening en boete
Belanghebbende werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 1995, inclusief een boete van 100% wegens het niet opgeven van buitenlandse bankrekeningen bij Van Lanschot Bankiers Luxembourg. De gegevens waren verkregen via een Belgische huiszoeking en overgedragen aan de Nederlandse fiscus.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en boete, waarbij het geschil zich richtte op de ontvankelijkheid van het bezwaar, rechtmatigheid van het bewijs, toepassing van de verlengde navorderingstermijn, en de hoogte van de boete. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar ontvankelijk was, de stukken rechtmatig verkregen en gebruikt waren, en dat de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar terecht was toegepast.
De rechtbank matigde de boete met 5% vanwege overschrijding van de redelijke termijn tussen kennisgeving en uitspraak. Tevens werd de navorderingsaanslag ambtshalve verminderd conform door belanghebbende verstrekte gegevens. De proceskosten werden deels toegewezen aan belanghebbende.
De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van het gebruik van buitenlandse bankgegevens in fiscale procedures en benadrukt het belang van tijdige behandeling van bezwaar en beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de navorderingsaanslag gehandhaafd na vermindering, en de boete gematigd wegens overschrijding redelijke termijn.