Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
eerdere datumdan de datum waarop de aanvraag is gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank betekent dit echter ook dat er geen bevoegdheid bestaat om de aanvraag in te willigen met ingang van een
latere datumdan de datum waarop de aanvraag is gedaan.
dat de werking van de Dublinverordening wordt gepasseerd”.
wasvoor de inhoudelijke behandeling van de asielaanvraag van eiser totdat de overdrachtstermijn was verstreken. Verweerder is na het “ongebruikt” verstrijken van de overdrachtstermijn op grond van artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening alsnog zelf verantwoordelijk geworden voor de
in Nederland reeds ingediende asielaanvraagvan eiser. Dat het om die reeds ingediende aanvraag gaat, en niet om een hernieuwde aanvraag, baseert de rechtbank op artikel 18 van Pro de Dublinverordening.
hetverzoek om internationale bescherming, of rondt hij de behandeling vanhetverzoek af”.
zorgt die lidstaat ervoor dat de verzoeker gerechtigd is te verzoeken dat de behandeling vanzijnverzoek wordtafgerond, of een nieuw verzoek om internationale bescherming in te dienen dat niet wordt behandeld als een volgend verzoek (…)”.
vóórdatverweerder verantwoordelijk werd voor de behandeling van de aanvraag. Verweerder kan dus eenvoudigweg niet aan deze verantwoordelijkheid om de asielaanvraag te behandelen hebben voldaan voordat is komen vast te staan dat de overdracht niet tijdig heeft plaatsgevonden. Verweerder was op grond van de Dublinverordening aanvankelijk enkel belast met de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat en is pas na het ongebruikt verstrijken van de overdrachtstermijn zelf alsnog de verantwoordelijke lidstaat geworden. Het voor het verstrijken van de overdrachtstermijn genomen besluit tot niet in behandeling nemen
kándan ook niet worden beschouwd als het beslissen op de asielaanvraag uit hoofde van de -hernieuwde- verantwoordelijkheidsvaststelling die eerst na het verstrijken van de overdrachtstermijn heeft plaatsgevonden.
nietdeze bevestiging dat de reeds eerder ingediende aanvraag wordt gehandhaafd worden aangemerkt.