ECLI:NL:RBDHA:2025:12301
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering asielaanvraag wegens Dublinverordening en Roemeense verantwoordelijkheid
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 30 januari 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening, omdat eiser daar eerder asiel had aangevraagd.
Verweerder weigerde de aanvraag in behandeling te nemen en verwees naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij wordt aangenomen dat lidstaten hun internationale verplichtingen nakomen. Eiser voerde aan dat hij risico loopt op onmenselijke behandeling en pushbacks in Roemenië, maar slaagde er niet in objectieve informatie of concrete aanwijzingen te overleggen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het beroep ongegrond verklaarde. Eiser had onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die een uitzondering op de Dublinverordening rechtvaardigen. Ook was geen aannemelijk bewijs geleverd dat hij in Roemenië geen effectief rechtsmiddel zou hebben of risico loopt op indirect refoulement.
De rechtbank benadrukte dat het enkele feit dat de asielaanvraag in Roemenië werd afgewezen onvoldoende is om de overdracht te weigeren. Het beroep werd afgewezen en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.