Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], v-nummer [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie
de Staat der Nederlanden(de minister van Justitie en Veiligheid).
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
aannemelijkmoet maken, en niet moet
aantonen. Eiser stelt daarin te zijn geslaagd met de stukken die hij bij de aanvraag en in bezwaar heeft overgelegd. Verder heeft de minister in zijn aanvullende motivering van 4 augustus 2025 het hogere belang van het kind op dit punt nog steeds onvoldoende in de beoordeling betrokken. De minister heeft daarbij onvoldoende waarde gehecht aan de jonge leeftijd van [naam zoon]. Deze jonge leeftijd betekent, anders dan de minister stelt, niet dat [naam zoon] zich ‘gemakkelijk’ kan aanpassen aan een situatie waarin eiser niet meer in zijn nabijheid is: [naam zoon] kent immers geen leven zonder zijn vader en een vertrek van eiser naar Irak is gelet op de leeftijd van [naam zoon] ook niet aan hem uit te leggen. Daarnaast heeft de minister niet onderkend dat [naam zoon] sterk is gehecht aan eiser, zodat het vertrek van eiser uit Nederland ondragelijk en traumatisch zal zijn, [7] en mag niet van eiser en [naam zoon] worden verwacht dat zij hun familieleven opgeven. Het Unierecht garandeert immers een (onbetwistbaar) recht van het kind op regelmatige persoonlijke betrekkingen en rechtstreekse contacten met beide ouders. [8]
toerekeningvan die termijnoverschrijding aan het bestuursorgaan en de rechtbank als uitgangspunt te gelden dat de bezwaarfase maximaal een half jaar mag duren en de beroepsfase maximaal anderhalf jaar. [15] De rechtbank ziet, anders dan de minister heeft gesteld, geen reden om in deze zaak een langere behandelingsduur te rechtvaardigen. De minister heeft er, onder verwijzing naar rechtspraak, [16] weliswaar op gewezen dat in deze zaak tijdens de bezwaarfase twee keer aanvullende stukken zijn overgelegd en dat tijdens de beroepsfase een tussenuitspraak is gedaan, maar dat heeft deze zaak – anders dan in de aangehaalde uitspraak – naar het oordeel van de rechtbank niet veel ingewikkelder gemaakt, zodat niet valt in te zien waarom een behandelingsduur van twee jaar onvoldoende was voor het bezwaar en het beroep van eiser.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
- wijst het verzoek om schadevergoeding toe en veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 1.500;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 3.736.