ECLI:NL:RBDHA:2026:5602

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
NL25.56330+56332+56334
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:46 AwbArt. 3:47 AwbArt. 8 EVRMArt. 30b Vw 2000Art. 1 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing opvolgende asielaanvragen Sri Lankaanse Tamils wegens onvoldoende vluchtelingstatus

Eisers, een gezin uit Sri Lanka met meerdere eerdere asielaanvragen, hebben opnieuw asiel aangevraagd wegens politieke overtuiging en westerse leefstijl. De minister heeft deze opvolgende aanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond en verzoeken om heroverweging eveneens afgewezen.

De rechtbank oordeelt dat de minister terecht geen zelfstandige hoorzitting voor de minderjarige heeft gehouden en dat verwijzing naar de motivering van een ander gezinslid in de besluiten toelaatbaar is. De politieke overtuiging van eisers en de westerse leefstijl van de dochters leiden niet tot vluchtelingstatus volgens het Vluchtelingenverdrag. De minister hoefde niet ambtshalve te toetsen aan artikel 8 EVRM Pro bij opvolgende aanvragen.

De rechtbank wijst de beroepen ongegrond en bevestigt dat de afwijzing van de asielaanvragen en verzoeken om heroverweging in stand blijven. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank wijst de beroepen ongegrond en bevestigt de afwijzing van de opvolgende asielaanvragen en verzoeken om heroverweging.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.56330, NL25.56332 en NL25.56334

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2026 in de zaken tussen

[eiser], v-nummer [nummer 1], eiser,

[eiseres 1], v-nummer [nummer 2], eiseres 1,
[eiseres 2], v-nummer [nummer 3], eiseres 2,
mede namens de minderjarige
[eiseres 3], v-nummer [nummer 4], eiseres 3,
samen: eisers
(gemachtigde: mr. E. Derksen),
en

de minister van Asiel en Migratie

(gemachtigde: mr. G.W. Wezelman).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvragen van eisers. [1] Eisers zijn het daar niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvragen.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de aanvragen in stand kan blijven. De minister heeft eiseres 3 niet zelfstandig hoeven horen en mocht ter motivering van het besluit van eiseres 2 verwijzen naar de motivering van het besluit van eiseres 1. Verder maakt de politieke overtuiging van eisers en de leefstijl van eiseres 2 en 3 niet dat zij vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag zijn, heeft de minister niet ambtshalve aan artikel 8 van Pro het EVRM hoeven toetsen en mocht de minister de verzoeken van eiser en eiseres 1 om heroverweging van de eerdere afgewezen asielaanvragen afwijzen. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop van deze zaak. Omdat eisers in het verleden meerdere asielaanvragen hebben gedaan, geeft de rechtbank onder 3 eerst weer welke asielprocedures eisers eerder hebben doorlopen. Onder 4 staat wat eisers aan hun asielaanvragen ten grondslag hebben gelegd, en onder 5 staat waarom de minister de asielaanvragen van eisers heeft afgewezen. De beoordeling van de beroepsgronden volgt vanaf overweging 6. Aan het einde van de uitspraak staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Op 2 mei 2023 hebben eisers opvolgende asielaanvragen ingediend. Eiser en eiseres 1 hebben daarnaast verzocht om heroverweging van de eerdere afgewezen asielaanvragen. Met de bestreden besluiten van 11 november 2025 heeft de minister de opvolgende asielaanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond en de verzoeken van eiser en eiseres 1 om heroverweging van de eerdere afgewezen asielaanvragen afgewezen.
2.1.
Eisers hebben ieder afzonderlijk beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.
2.2.
De rechtbank heeft de beroepen, samen met de zaken NL25.56331, NL25.56333 en NL25.56335, op 17 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Eerdere procedures
3. Eisers zijn een gezin uit Sri Lanka. Eiser en eiseres 1 zijn echtgenoten en de eiseressen 2 en 3 zijn hun kinderen. Zij hebben in het verleden verschillende asielaanvragen gedaan, die allemaal niet hebben geleid tot verlening van een verblijfsvergunning: [2]
  • De eerste asielaanvragen zijn van 4 september 2009. De minister heeft deze aanvragen met de besluiten van 11 september 2009 afgewezen. De zittingsplaats Groningen van de rechtbank ’s-Gravenhage heeft de beroepen van eisers tegen deze besluiten op 2 oktober 2009 ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft deze uitspraak op 30 oktober 2009 bevestigd, waarna de besluiten onherroepelijk zijn geworden.
  • De tweede asielaanvragen zijn van 30 oktober 2009. De minister heeft deze aanvragen met de besluiten van 28 mei 2010 afgewezen. De zittingsplaats Zutphen van de rechtbank ’s-Gravenhage heeft de beroepen van eisers tegen deze besluiten op 23 december 2010 ongegrond verklaard. De Afdeling heeft deze uitspraak op 2 maart 2011 bevestigd, waarna de besluiten onherroepelijk zijn geworden.
  • De derde asielaanvragen zijn van 8 maart 2011. De minister heeft deze aanvragen met de besluiten van 16 maart 2011 afgewezen. De zittingsplaats Arnhem van de rechtbank ’s-Gravenhage heeft de beroepen van eisers tegen deze besluiten op 8 april 2011 ongegrond verklaard. De Afdeling heeft deze uitspraak op 4 mei 2011 bevestigd, waarna de besluiten onherroepelijk zijn geworden.
  • De vierde asielaanvragen zijn van 20 september 2022. De minister heeft deze aanvragen met de besluiten van 28 september 2012 afgewezen. De zittingsplaats Zwolle van deze rechtbank heeft de beroepen van eisers tegen deze besluiten op 20 november 2014 gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van de besluiten in stand gelaten. De Afdeling heeft deze uitspraak op 17 december 2014 bevestigd, waarna de besluiten onherroepelijk zijn geworden.
  • De vijfde asielaanvragen zijn van 26 mei 2015. De minister heeft deze aanvragen met de besluiten van 28 mei 2015 afgewezen. De zittingsplaats Arnhem van deze rechtbank heeft de beroepen van eisers tegen deze besluiten op 26 juni 2015 ongegrond verklaard. De Afdeling heeft deze uitspraak op 11 augustus 2015 bevestigd, waarna de besluiten onherroepelijk zijn geworden.
  • De zesde asielaanvragen zijn van 13 januari 2016. De minister heeft deze aanvragen met de besluiten van 15 januari 2016 niet-ontvankelijk verklaard. De zittingsplaats Zwolle van deze rechtbank heeft de beroepen van eisers tegen deze besluiten op 10 februari 2016 ongegrond verklaard. De Afdeling heeft deze uitspraak op 15 maart 2016 bevestigd, waarna de besluiten onherroepelijk zijn geworden.
  • De zevende asielaanvragen zijn van 15 juli 2016. De minister heeft deze aanvragen met de besluiten van 19 juli 2016 niet-ontvankelijk verklaard. De zittingsplaats Groningen van deze rechtbank heeft de beroepen van eisers tegen deze besluiten op 15 augustus 2016 ongegrond verklaard. De Afdeling heeft deze uitspraak op 5 oktober 2016 bevestigd, waarna de besluiten onherroepelijk zijn geworden.
Het asielrelaas
4. In het formulier waarmee eisers hun asielaanvragen hebben ingediend hebben eisers vermeld dat zij bij terugkeer naar Sri Lanka te vrezen hebben vanwege hun politieke overtuiging. Eisers nemen in Nederland deel aan verschillende activiteiten van het Tamil Coordinating Committee (TCC) en/of de Tamil Youth Organisation (TYO). Het gaat dan bijvoorbeeld om Heldendagen, andere herdenkingsbijeenkomsten, demonstraties en fietstochten. Het uiteindelijke doel van deze bijeenkomsten is het bereiken van een onafhankelijke staat voor de Tamils (‘Tamil Eelam’). Als gevolg van hun politieke overtuiging en hun activiteiten staan eisers in de negatieve belangstelling van de Sri Lankaanse autoriteiten, waardoor zij bij terugkeer gevaar lopen om te worden gearresteerd, gemarteld of gedetineerd. Eiser heeft in zijn asielaanvraag ter onderbouwing gewezen op een uitspraak van het Britse Upper Tribunal van 27 mei 2021, een uittreksel van de Kamer van Koophandel over het Nederlandse Tamil Forum, een Sri Lankaanse ‘Gazette’ van 25 februari 2021 en een verslag van de ambassadeur van Sri Lanka voor het ‘EU-US International Seminar on LTTE’ van 9 en 10 december 2008. Eiseres 1 (die haar aanvraag mede namens eiseres 3 heeft ingediend) en eiseres 2 wijzen ter onderbouwing op de arresten Ahmedbekova [3] en P.I. [4] van het Hof van Justitie. Verder hebben eiseres 1 (namens eiseres 3) en eiseres 2 aan hun asielaanvragen ten grondslag gelegd dat zij vanwege hun westerse leefstijl gevaar lopen in Sri Lanka.
De bestreden besluiten
5. Volgens de minister hebben eisers relevante nieuwe elementen en bevindingen aan hun asielaanvragen ten grondslag gelegd. Daarom heeft de minister de opvolgende asielaanvragen van eisers inhoudelijk beoordeeld. De asielrelazen van eisers bevatten volgens de minister de volgende asielmotieven:
(1) Identiteit, nationaliteit en herkomst;
(2) Politieke overtuiging.
5.1.
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat beide asielmotieven geloofwaardig zijn, maar dat deze niet leiden tot de conclusie dat eisers bij terugkeer naar Sri Lanka te vrezen hebben voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade lopen. Eisers hebben namelijk geen sterke politieke overtuiging en hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij als gevolg van hun politieke overtuiging in de negatieve belangstelling van de Sri Lankaanse autoriteiten staan of zullen komen te staan. Daarnaast is in het geval van eiseres 2 en eiseres 3 niet gebleken dat zij als gevolg van hun leefstijl te vrezen hebben voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade lopen. Daarom komen zij niet in aanmerking voor de gevraagde verblijfsvergunning. Gelet op het feit dat het om opvolgende aanvragen gaat, heeft de minister de aanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond. [5]
Zijn de aanvullende beroepsgronden van 15 februari 2026 in de zaak van eiser 1 in strijd met de goede procesorde?
6. De gemachtigde van eisers heeft in de zaak van eiser 1 op zondag 15 februari 2026 om 21:46 uur nog aanvullende beroepsgronden (van negen pagina’s) ingediend. Deze gronden moeten naar het oordeel van de rechtbank worden beschouwd als nieuwe gronden. Gelet op het tijdstip van indiening heeft de rechtbank hier pas op maandag 16 februari 2026, dus één werkdag voor de zitting, kennis van kunnen nemen. De rechtbank acht dat, zoals op zitting aan partijen kenbaar gemaakt, in strijd met de goede procesorde. Zowel de gemachtigde van de minister als de rechtbank hebben die aanvullende beroepsgronden voor de zitting niet kunnen voorbereiden, en bovendien valt niet in te zien waarom de gemachtigde van eisers deze beroepsgronden niet eerder dan één werkdag voor de zitting had kunnen indienen. Dat de gemachtigde van eisers werd overvallen doordat de minister in veel zaken tegelijkertijd een beschikking nam, is geen verschoonbare reden voor late indiening van deze gronden. De rechtbank laat de aanvullende beroepsgronden van 15 februari 2026 daarom integraal buiten beschouwing.
Had de minister eiseres 3 zelfstandig moeten horen?
7. Eiseres 3 betoogt dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met haar belangen door haar niet te horen en voor haar geen zelfstandige beschikking op te stellen. Ter onderbouwing wijst eiseres 3 erop dat de minister in Dublinzaken gehouden is om minderjarigen in de leeftijd van twaalf tot vijftien jaar in de gelegenheid te stellen hun mening vrijelijk te uiten. [6]
7.1.
Dit betoog slaagt niet. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat hij niet gehouden was om eiseres 3 te horen en voor haar een zelfstandige beschikking uit te brengen. Op het aanvraagformulier van eiseres 1 is uitdrukkelijk vermeld dat haar aanvraag ook betrekking heeft op eiseres 3 en dat eiseres 3 geen zelfstandige asielmotieven heeft. In dat geval is het uitgangspunt dat de minister geen gehoor bij eiseres 3 afneemt, tenzij daarom wordt verzocht. [7] Dat is gebeurd, maar pas in de zienswijze en slechts met het oog op de (volgens eisers te maken) beoordeling van artikel 8 van Pro het EVRM en dus niet met het oog op de asielmotieven van eiseres 3. Onder die omstandigheden ziet de rechtbank geen reden voor het oordeel dat de minister een gehoor bij eiseres 3 had moeten afnemen. Verder heeft eiseres 3 niet uitgelegd hoe en waarom zij in haar belangen is geschaad doordat de minister voor haar geen zelfstandige beschikking heeft uitgebracht. De rechtbank ziet daarom ook geen reden voor het oordeel dat de minister voor eiseres 3 een zelfstandige beschikking had moeten uitbrengen.
Mocht de minister in het besluit van eiseres 2 verwijzen naar de motivering van eiseres 1?
8. Eiseres 2 betoogt dat de minister haar besluit onvoldoende heeft gemotiveerd, omdat in haar besluit wordt verwezen naar de motivering van het besluit van eiseres 1. Hieruit kan worden afgeleid dat de minister de asielaanvraag van eiseres 2 niet individueel heeft beoordeeld.
8.1.
Dit betoog slaagt niet. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat hij ter motivering van het besluit van eiseres 2 mocht verwijzen naar het besluit van eiseres 1. Uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) volgt slechts dat het besluit op een deugdelijke motivering moet berusten en dat deze motivering kenbaar moet zijn. [8] De minister wijst er terecht op dat de asielrelazen en zienswijzen van eiseres 1 en 2 voor een groot deel met elkaar overeenkomen, zodat de argumenten die hij heeft gebruikt om de asielaanvraag van eiseres 1 af te wijzen ook kunnen dienen ter afwijzing van de asielaanvraag van eiseres 2 en de minister het besluit van eiseres 2 in beginsel deugdelijk kan motiveren door naar het besluit van eiseres 1 te verwijzen. Bovendien hebben eiseres 1 en 2 dezelfde gemachtigde en zijn beide beschikkingen aan haar bekendgemaakt, zodat de motivering van het besluit van eiseres 1 ook voor eiseres 2 kenbaar is of had kunnen zijn. De minister heeft daarmee voldaan aan de op hem rustende motiveringsplicht uit de Awb. Zonder daartoe strekkende toelichting van eiseres 2 ziet de rechtbank ook niet in waarom zij door deze handelswijze van de minister in haar belangen is geschaad of op grond waarvan moet worden betwijfeld of haar asielaanvraag individueel is beoordeeld.
Zijn eisers vluchteling vanwege hun politieke overtuiging?
9. Eisers betogen dat zij vanwege hun politieke overtuiging vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag zijn.
Toetsingskader
10. De rechtbank stelt bij de beoordeling van deze beroepsgrond voorop dat zij over de positie van (terugkerende) Tamils in Sri Lanka recentelijk meerdere uitspraken heeft gedaan. [9] Uit deze uitspraken volgt, steeds met verwijzing naar het Thematisch ambtsbericht Tamils in Sri Lanka van juni 2024, onder meer dat de situatie voor Tamils in Sri Lanka verbetert en dat in toenemende mate ruimte ontstaat voor (discussies over) Tamilherdenkingen en demonstraties. Het enkel verlangen naar of het uitspreken van de wens om een Tamil Eelam leidt niet onmiddellijk tot vervolging. Het tonen van symbolen van de LTTE is echter nog wel steeds problematisch en kan in sommige gevallen tot arrestatie en/of kortdurende detentie leiden. Verder worden Tamils in binnen- en buitenland tot op zekere hoogte door de Sri Lankaanse autoriteiten gemonitord, maar gaat de aandacht daarbij voornamelijk uit naar personen die prominent actief zijn voor verboden Tamilorganisaties of die zich prominent openlijk hebben uitgelaten voor een onafhankelijk Tamil Eelam. Tot slot voeren de Sri Lankaanse autoriteiten op de luchthaven van Colombo ondervragingen uit met het oog op criminele antecedenten en activiteiten in het buitenland, zoals activiteiten voor Tamilorganisaties. De Sri Lankaanse autoriteiten beschikken ten behoeve van deze ondervragingen over gezichtsherkenningstechnologie, maar er zijn geen aanwijzingen dat deze gezichtsherkenningstechnologie wordt gebruikt om Tamils te herkennen die zich in het buitenland voor de Tamilzaak hebben ingezet. Ondervragingen op de luchthaven kunnen soms enkele uren duren, waarna terugkeerders de luchthaven mogen verlaten. Uit de Canadese landeninformatie die eiseres 2 heeft aangehaald, volgt geen ander beeld van de situatie voor Tamils in Sri Lanka dan al in het Thematisch ambtsbericht Tamils in Sri Lanka van juni 2024 is betrokken. Daarnaast is niet van belang dat het Nederlandse TCC – waartoe ook de TYO behoort – in Sri Lanka inmiddels is aangemerkt als terroristische organisatie, omdat dit niet maakt dat de aandacht van de Sri Lankaanse autoriteiten uitgaat naar personen die niet prominent actief zijn geweest voor verboden organisaties. De rechtbank ziet daarom geen reden voor het oordeel dat, zoals eiseres 2 heeft betoogd, de minister een nieuw ambtsbericht had moeten vragen en zal de beroepsgrond van eisers dan ook beoordelen tegen de achtergrond van de uitspraken die zij eerder heeft gedaan.
Eiser en eiseres 1
11. Eiser en eiseres 1 hebben slechts betoogd dat de minister niet alle relevante aspecten in zijn beoordeling heeft betrokken en de relevante landeninformatie onvoldoende heeft meegewogen. Zij hebben dit betoog echter niet nader toegelicht of onderbouwd, zodat de rechtbank aan dit betoog voorbijgaat.
Eiseres 2
12. Eiseres 2 betwist allereerst dat zij geen sterke politieke overtuiging heeft. Zij heeft weliswaar geen formele bestuurlijke functie, maar dat is ook niet nodig. Eiseres 2 voert actieve werkzaamheden voor de TYO uit, die een politiek-maatschappelijke dimensie hebben. Deze actieve werkzaamheden heeft zij verricht naast alle verplichtingen die zij voor school heeft, wat aantoont dat zij een sterke politieke overtuiging heeft. Verder stelt eiseres 2 dat zij in de negatieve belangstelling van de Sri Lankaanse autoriteiten staat of bij terugkeer zal komen te staan. Eiseres 2 heeft haar activiteiten voor de TYO immers in de openbaarheid verricht, zodat daarvan beelden kunnen zijn gemaakt die op sociale media zijn verspreid. De Sri Lankaanse autoriteiten houden sociale media – onafhankelijk van de vraag hoeveel volgers iemand heeft – in de gaten, met problemen bij terugkeer tot gevolg. Tot slot zal eiseres 2 tegen moeilijkheden aanlopen bij het uiten van haar politieke overtuiging, zal zij bij het tonen van symbolen van de Tamiltijgers (LTTE) worden gearresteerd of vervolgd, en zal zij opvallen doordat zij met een vervangend reisdocument naar Sri Lanka moet terugkeren. [10]
12.1.
Dit betoog slaagt niet. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat eiseres 2 niet vanwege haar politieke overtuiging vluchteling is.
12.1.1.
De minister stelt zich allereerst terecht op het standpunt dat niet gebleken is dat eiseres een sterke politieke overtuiging heeft, omdat zij binnen het TCC of de TYO geen vooraanstaande rol heeft en haar activiteiten beperkt zijn tot ondersteunende activiteiten. Eisers 2 heeft tijdens het gehoor verklaard dat zij een politieke overtuiging heeft, streeft naar een Tamil Eelam [11] en dat zij vanwege die politieke overtuiging asiel aanvraagt. Zij verklaart eveneens dat zij in Nederland slechts deelneemt aan de verschillende bijeenkomsten van het TCC of de TYO en daarbij flyers uitdeelt, en dat zij haar mening online plaatst op haar (besloten) Instagram-profiel en haar (openbare) TikTok-profiel. [12] Daarnaast werkt zij voor de mediagroep van de TYO, waar haar werkzaamheden slechts bestaan uit het plaatsen van content op sociale media op accounts van de TYO en het (voor)lezen van gedichten voor de Heldendag. [13] Deze activiteiten stroken, zoals de minister terecht stelt, niet met de gestelde sterkte van haar politieke overtuiging. Dat de activiteiten van eiseres 2, zoals zij stelt, een politiek-maatschappelijke dimensie hebben, maakt dat niet anders. Dat laat immers het ondersteunende karakter van deze activiteiten onverlet.
12.1.2.
Verder stelt de minister zich terecht op het standpunt dat niet is gebleken dat eiseres 2 op dit moment in de negatieve belangstelling van de Sri Lankaanse autoriteiten staat. Deze negatieve belangstelling gaat immers, zoals onder 10 overwogen, voornamelijk uit naar personen die prominent actief zijn voor verboden Tamilorganisaties of zich prominent uitspreken voor een Tamil Eelam. Dat de Sri Lankaanse autoriteiten ook kleinere socialemediaprofielen in de gaten houden, heeft eiseres 2 niet onderbouwd. Gelet op wat de rechtbank hiervoor over de aard van de activiteiten van eiseres 2 heeft overwogen, haar verklaring dat zij op TikTok alleen wordt gevolgd door bekenden en haar verklaring dat zij op het account van de TYO niet onder haar eigen naam publiceert, [14] is in het geval van eiseres 2 daarom niet aannemelijk dat specifiek zij in de negatieve belangstelling van de Sri Lankaanse autoriteiten staat.
12.1.3.
Tot slot stelt de minister zich terecht op het standpunt dat het niet aannemelijk is dat eiseres 2 bij terugkeer in de negatieve belangstelling van de Sri Lankaanse autoriteiten zal komen te staan. Voor zover het tonen van LTTE-symbolen onderdeel is van de politieke overtuiging van eiseres 2, volgt uit het onder 10 aangehaalde Thematisch ambtsbericht dat het tonen van LTTE-symbolen in Sri Lanka weliswaar nog steeds verboden is, maar dat de Sri Lankaanse autoriteiten hier niet in alle gevallen op acteren. Doen zij dat wel, dan leidt dat over het algemeen slechts tot arrestatie en/of kortdurende detentie. Het enkele tonen van LTTE-symbolen heeft daarom niet noodzakelijkerwijs een vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag tot gevolg. [15] Daarnaast staat in het Thematisch ambtsbericht weliswaar vermeld dat met name personen die met een vervangend reisdocument terugreizen het risico lopen om op de luchthaven te worden ondervraagd, [16] maar – zoals onder 10 overwogen – dat ondervraagden de luchthaven doorgaans na de ondervraging mogen verlaten. Gecombineerd met het feit dat niet aannemelijk is dat eiseres 2, zoals onder 12.1.2 overwogen, op dit moment in de negatieve belangstelling van de Sri Lankaanse autoriteiten staat, is daarom niet aannemelijk dat de ondervragingen op de luchthaven zullen leiden tot een vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag.
Conclusie over deze beroepsgrond
13. De beroepsgrond slaagt niet. Eisers zijn niet vanwege hun politieke overtuiging vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag.
Zijn eiseres 2 en 3 vluchteling vanwege hun leefstijl?
14. Eiseres 2 en 3 betogen verder dat zij vluchteling zijn, omdat vrouwen in Sri Lanka in een moeilijke positie verkeren. In Sri Lanka hebben mannen traditioneel een dominante rol, waardoor de vrijheid van vrouwen wordt beperkt. Zij worden om die reden vaak teruggedrongen tot huishoudelijke of agrarische rollen. De westerse leefstijl van eiseres 2 en 3 strookt daar niet mee, zodat zij in Sri Lanka met beperkingen te maken zullen krijgen. Het enkele feit dat hun ouders zich een progressievere houding hebben toegemeten, doet hier niet aan af. Het is niet gegarandeerd dat dit zo zal blijven en bovendien kan het afwijken van tradities leiden tot sociale druk of dwang, waartegen hun ouders onvoldoende bescherming kunnen bieden.
14.1.
Dit betoog slaagt niet. Op de zitting is gebleken dat eiseres 2 en 3 niet zo zeer betogen dat zij vluchteling zijn omdat zij als vrouwen tot een sociale groep behoren, maar dat zij betogen dat zij hun westerse leefstijl in Sri Lanka niet kunnen uiten. Nog daargelaten de vraag of dat tot vluchtelingschap in de zin van het Vluchtelingenverdrag kan leiden, stelt de minister zich terecht op het standpunt dat eiseres 2 en 3 die vrees onvoldoende hebben onderbouwd. Eiseres 2 en 3 hebben immers niet onderbouwd dat de situatie in Sri Lanka is zoals zij schetsen, en bovendien heeft eiser verklaard dat zij mogen kiezen met wie zij willen trouwen. [17] Eiseres 2 en 3 hebben evenmin onderbouwd dat eiser of eiseres 1 hun onvoldoende bescherming kunnen bieden tegen sociale druk of dwang.
Had de minister in de bestreden besluiten moeten toetsen aan artikel 8 van Pro het EVRM?
15. Eiseres 1, 2 en 3 betogen dat de minister in de bestreden besluiten ten onrechte geen inhoudelijke toets aan artikel 8 van Pro het EVRM heeft verricht. Gedwongen terugkeer naar Sri Lanka leidt tot ontwikkelingsschade bij eiseres 2 en 3, wat raakt aan het recht op respect voor privéleven en moet leiden tot een belangenafweging in hun voordeel. Ter onderbouwing hiervan heeft eiseres 3 een deskundigenrapport aangevraagd. De minister had daarom moeten beoordelen of de uitzetting van eiseres 1, 2 en 3 in strijd is met artikel 8 van Pro het EVRM. Dat eiseres 3 geen zelfstandige asielaanvraag heeft gedaan, is niet van belang. In haar geval is immers sprake van een eerste asielaanvraag, zodat de minister gehouden was om een inhoudelijke toets aan artikel 8 van Pro het EVRM te verrichten. [18]
15.1.
Dit betoog slaagt niet. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat hij niet was gehouden om een inhoudelijke toets aan artikel 8 van Pro het EVRM te verrichten. De minister is alleen in het geval van een eerste asielaanvraag gehouden om ambtshalve aan artikel 8 van Pro het EVRM te toetsen. [19] In het geval van een opvolgende asielaanvraag is de minister daartoe dus niet gehouden. Uit de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) volgt – onder verwijzing naar artikel 1 van Pro de Vw 2000 en artikel 2, aanhef en onder q, van de Procedurerichtlijn – dat sprake is van een opvolgende asielaanvraag als al eerder definitief op een asielaanvraag van de aanvrager is beslist, en dat daarbij niet van belang is of de vreemdeling al eerder zelfstandig zijn asielrelaas naar voren heeft kunnen brengen. [20] Eiseres 1, 2 en 3 hebben – zoals onder 3 overwogen – al zeven asielprocedures doorlopen waarop definitief is beslist, zodat in hun geval sprake is van een opvolgende aanvraag en de minister dus niet gehouden was om aan artikel 8 van Pro het EVRM te toetsen. De verwijzing van eiseres 1, 2 en 3 naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats kan aan deze Afdelingsrechtspraak niet afdoen. Omdat de minister geen beoordeling van artikel 8 van Pro het EVRM heeft gemaakt en daartoe ook niet gehouden was, ziet de rechtbank in het aangevraagde deskundigenrapport – voor zover eiseres 3 daar om heeft verzocht – geen reden om de behandeling van dit beroep aan te houden en zal de rechtbank ook niet beoordelen of de gestelde ontwikkelingsschade bij eiseres 2 en 3 had moeten leiden tot een belangenafweging in hun voordeel.
Mocht de minister de verzoeken om heroverweging van eiser en eiseres 1 afwijzen?
16. Het betoog van eiser en eiseres 1 dat de minister de verzoeken om heroverweging niet mocht afwijzen omdat hij geen toepassing heeft gegeven aan de informatieberichten 2025/6 en 2025/25, slaagt niet. Zij hebben dat betoog namelijk niet nader onderbouwd.

Conclusie en gevolgen

17. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen en dat de afwijzing van hun asielaanvragen en hun verzoeken om heroverweging in stand blijven. De minister hoeft de proceskosten van eisers niet te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Loof, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J.B. ter Beke, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zoals bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
2.De rechtbank leidt onderstaand overzicht van asielprocedures af uit Rb. Den Haag (zp Haarlem) 24 april 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:3945, r.o. 1.1. Voor de zaaknummers van de genoemde uitspraken wordt, voor zover daarin vermeld, naar deze uitspraak verwezen.
3.HvJEU 4 oktober 2018, C-652/16, ECLI:EU:C:2018:801 (
4.HvJEU 12 januari 2023, C-280/21, ECLI:EU:C:2013:13 (
5.Dat is mogelijk op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw 2000.
6.Eiseres 3 wijst ter onderbouwing op ABRvS 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3899, ECLI:NL:RVS:2025:3900 en ECLI:NL:RVS:2025:3901.
7.Dat staat in paragraaf C1/2.11 van de Vreemdelingencirculaire 2000.
8.Dat volgt uit de artikelen 3:46 en 3:47, eerste lid, van de Awb.
9.Zie bijvoorbeeld Rb. Den Haag (zp Arnhem) 30 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18007; Rb. Den Haag (zp Arnhem) 11 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:13361; Rb. Den Haag (zp Arnhem) 26 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11334.
10.Eiseres 2 wijst op het Thematisch ambtsbericht Tamils in Sri Lanka van juni 2024, p. 15, 57, 59-60, en op het rapport ‘Sri Lanka: Political situation, including political parties and alliances, particularly since the 2024 elections; treatment of political opponents and protesters by authorities (2024
11.Zie het verslag van het gehoor van eiseres 2 van 31 januari 2025, p. 7-8.
12.Zie het verslag van het gehoor van eiseres 2 van 31 januari 2025, p. 8-12.
13.Zie het verslag van het gehoor van eiseres 2 van 31 januari 2025, p. 12-13.
14.Zie het verslag van het gehoor van eiseres 2 van 31 januari 2025, p. 14-15
15.Vergelijk ook Rb. Den Haag (zp Arnhem) 13 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:8404, r.o. 9.1.
16.Zie het Thematisch ambtsbericht Tamils in Sri Lanka van juni 2024, p. 64.
17.Zie het verslag van het gehoor van eiser van 21 maart 2025, p. 22.
18.Eiseres 1, 2 en 3 wijzen ter onderbouwing op Rb. Den Haag (zp Arnhem) 17 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:13334.
19.Dat staat in artikel 3.6a, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.
20.ABRvS 24 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1969, r.o. 6.1; ABRvS 24 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2815, r.o. 7-7.2.