Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 20 december 2016
[X] B.V., te [Z] , eiseres,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
- eiseres en de stichtingen tezamen als één ondernemer als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de Wet op de omzetbelasting (hierna: Wet OB) kunnen worden aangemerkt;
- sprake is van kosten voor gemene rekening;
- de voorbelasting van de Lexus aftrekbaar is;
- vanwege de verkoop van voertuigen en inventaris OB is verschuldigd;
- te veel vooraftrek heeft plaatsgevonden in 2010;
- de boetebeschikkingen terecht zijn opgelegd.
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
- verklaart de beroepen voor het overige ongegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar over de tijdvakken 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008 en 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 voor zover het de boetebeschikkingen betreft;
- vermindert de boete voor het jaar 2008 tot € 5.747;
- vermindert de boete voor het jaar 2009 tot € 8.816;
- veroordeelt verweerder tot het vergoeden van de door eiseres geleden immateriële schade tot een bedrag van € 83;
- veroordeelt de Staat tot het vergoeden van de door eiseres geleden immateriële schade tot een bedrag van € 917;
- gelast dat verweerder een bedrag van € 493,50 ter zake van het door eiseres betaalde griffierecht vergoedt;
- gelast dat de Staat een bedrag van € 165,50 ter zake van het door eiseres betaalde griffierecht vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;