Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
- [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en drie familieleden [familienaam] en van hetgeen zij en mr. A.J.J.G. Schijns, advocaat te Amsterdam, ter toelichting op deze vorderingen naar voren hebben gebracht;
- [slachtoffer 2] en van hetgeen hij en mr. F.A. ten Berge, advocaat te Utrecht, ter toelichting op deze vordering naar voren hebben gebracht;
- [benadeelde 6] en [benadeelde 7] en van hetgeen zij en mr. R.A. Korver, advocaat te Amsterdam, ter toelichting op deze vorderingen naar voren hebben gebracht;
- [benadeelde 8] en van hetgeen zij en mr. N.J. Hoogenboom, advocaat te Amsterdam, ter toelichting op deze vordering naar voren hebben gebracht.
1.Tenlastelegging
- primair: medeplegen van de moord op [slachtoffer 1] op 20 februari 2014;
- subsidiair: uitlokking van de moord op [slachtoffer 1] in de periode van 14 tot en met 20 februari 2014;
- meer subsidiair: medeplichtigheid aan de moord op [slachtoffer 1] in de periode van 14 tot en met 20 februari 2014;
- meest subsidiair: voorbereiding van de moord op [slachtoffer 1] in de periode van 14 februari 2014 tot en met 20 februari 2014;
- primair: medeplegen van de moord op [slachtoffer 3] op 13 juli 2014;
- subsidiair: uitlokking van de moord op [slachtoffer 3] in de periode van 1 juni 2014 tot en met 13 juli 2014;
- primair: medeplegen van de moord op [M.A.H.] op 3 september 2014;
- subsidiair: uitlokking van de moord op [M.A.H.] in de periode van 20 augustus 2014 tot en met 3 september 2014;
2.Voorvragen
‘verwacht’dat dit bij de PGP Safe-berichten ook zo is gegaan en dat
‘van de advocaat van PGP Safe is begrepen (…)’(zie bijvoorbeeld achter randnummers 200 en 274).
3.Beoordeling van het bewijs
- het onderzoek 26DeVink: het onderzoek tegen het bedrijf Ennetcom en diens directeur en enig aandeelhouder [naam 1] ;
- de onderzoeken 26Koper, 13Rendlia en 13Rooibos: drie zogenoemde liquidatieonderzoeken, althans onderzoeken naar (voorbereidingen van en/of pogingen tot) ernstige geweldsdelicten, waarbij gebruik is gemaakt van BlackBerry-telefoons van het bedrijf Ennetcom.
de vier hiervoor genoemde strafrechtelijke onderzoeken).
“Bro is bijna 4 uur moeten we nog wachten”, waarop de verdachte reageert:
“Wordt al fucking laat he bro doe nog half uurtje en dan klaar man”.
“(…) moet die waggie ook weer op ze plek of kan ik het meenemen en ergens in de buurt zetten”, waarop de verdachte reageert dat [G.C.] moet doen wat hij het beste vindt, maar dat nu er nog mee rijden ‘verrot’ is.
“Ik ook nog ben kapot”, waarop [G.C.] reageert met:
“Hahahaha lkkr hoor”.
“Bro stuur me die k.teken”, waarop de verdachte reageert:
“ [kenteken 1] zwart fiesta”. Zoals vermeld, is dit het kenteken van de auto van [slachtoffer 1] , waarin hij op 20 februari 2014 zat.
“Sorry bro was K.O. hahahah”en
“(…) hele nacht gewacht voor niks!!”.
“Ja man morgen moet bro maar zie je zo nog en neem die psyco ook mee”. De verdachte heeft verklaard dat hij met ‘die psyco’ in dit bericht [M.A.H.] bedoelde.
“Broer het is geklaart”.
“Ik ben onderweg na jullie”.
“Bro je moet een beetje haast maken. Begint heet te worden hier”en
“(…) die psycho word helemaal leip”.
“Zeg me als je osso bent”.
“We zijn osso”, waarna Kajdouh zegt:
“Oke bro zie je straks”.
“Bro wats de planning”,
“(…) wil je vandaag nog afspreken of zie ik je morgen??”en
“Bro, ik ben met sparrow. Die man wilt ze doekoe, hij is skeeeeer. Laten we ff afspreken a.u.b.”.
“(…) hoor het zo van die andere hoe en wat en dan laat ik je weten ja bro”,
“(…) als het goed is zien we zo die andere en dan jullie”en
“Bro het wordt morgen er is en grote controle in noord en ijburg man kreeg het net door dus van die andere”.
“het uit elkaar halen van die radio’s”– gaan over het uit elkaar halen van wapens, vermoedelijk die bij de liquidatie van [slachtoffer 1] zijn gebruikt. [G.C.] zegt in de berichten dat dit al is geregeld, is gebeurd.
“(…) hij doet ook vreemd tegen hun allemaal (…) en nu is die bij die andere gasten aan het plakken die en keer voor me deur waren (…) en hij zit ook achter die ding in die a6 (…)”. De verdachte heeft verklaard dat dit bericht over [slachtoffer 1] zou kunnen gaan. Om 01.21 uur stuurt de verdachte het volgende:
“(…) maar ik weet nog meer ik ken elke routine van a tot z (…)”.
“ [kenteken 1] zwart fiesta”) – en dus niet dat van de auto van [naam 2] – aan [G.C.] .
“Ja man morgen moet bro maar zie je zo nog en neem die psyco ook mee”.
“Morgen moet bro…”. Dit is de dag vóór de liquidatie.
“Broer het is geklaart”. [G.C.] stuurt dit bericht aan de verdachte, net zoals hij eerder aan de verdachte – en dus niet aan [D.M.] – het kenteken had gevraagd.
“Zeg me als je osso bent”
“Oke bro zie je straks”
“Zie julluie straks lekker rustig aan doen”.
“Haha ik hou van jullie”(map 8, pagina 404). Overige berichten van ná de liquidatie, die over de betaling voor de liquidatie en het uit elkaar halen van de wapens gaan, zijn hiervoor reeds weergegeven. Nergens in de berichten klinkt door dat de liquidatie niet door de verdachte was verwacht. Integendeel.
grote fout” heeft gemaakt. De verdachte en [D.M.] vragen zich af of ze – hoewel ze hem op dat moment al wel weer hebben ingeschakeld – nog met hem willen werken en vinden dat hij een probleem is geworden. De verdachte zegt uiteindelijk dat ze hem nog iets kunnen laten doen en dan
“opkankeren”.
“Bro die hond is de lul bro geloof me ik heb die dikke nu gemeld dat het een mannetje van [bijnaam 3] is dus ik hoop dat ie pap gaat trekken”. Op 21 augustus 2014 schrijft de verdachte aan [D.M.] : “
Bro, het is iran die met ze praat gwn vegen direct”. De verdachte heeft verklaard dat hij met dit bericht bedoelde dat [M.A.H.] meteen dood moet. Voorafgaand aan dit bericht aan [D.M.] had de verdachte reeds aan de gebruiker van de 12zg (de medeverdachte [Y.A.] ) geschreven dat hij gaat zorgen dat Iran, een bijnaam van [M.A.H.] , ‘weg gaat’ en dat Iran zijn ‘laatste week is geteld’.
“Zeg hem ook dat er 2 9mm met demp voor hem geregeld is (…)”en
“Gassen bro gelijk daarom ga hem lekker maken zodat ie komt”. Enkele minuten later schrijft de verdachte aan [D.M.] dat hij heeft gezegd dat er 2 9mm voor hem zijn geregeld. [D.M.] vraagt dan aan de verdachte:
“(…) zijn je mannen klaar (…)?”en schrijft vervolgens:
“Bro is heel makkelijk we sturen dat ie die dingen kan ophalen dan gaat ie meteen want hij is gierig ervoor toch en dan geven bro ze moer maar we’ll 100% moet je ze zeggen he hij moet loesoe”. De verdachte vraagt aan [D.M.] of er wel apparaten (wapens) zijn, waarop [D.M.] antwoordt dat Reus (de medeverdachte [G.C.] ) die heeft. In de avond van 23 augustus 2014 worden dan de volgende berichten tussen [D.M.] en de verdachte gewisseld:
“Bro zodra je niffo klaar is kunnen we (…) als je niffo kan dan klaar staan voor morgen dan mailen dat jack die spullen kan ophalen ergens waar je niffo zegt en dan geven bro wat denk jij?”
“Precies zo zegt me niffo hij gaat me straks zeggen welke plek ergens nieuw sloten hoop alleen niet (…) dat die met iemand komt ofzo (…)”
“(…) je niffo moet gewoon op afstand staan en kijken of hij met iemand komt zo ja dan moet ie gewoon afstand blijven en dan maak ik nieuwe afspraak”.
“Geef me kenteken van ze nieuwe auto (…)”en
“(…) laat niks merken aan die iraan he voordat jullie wat verpesten”.
pap gaan trekken”, oftewel geld zullen geven, als ze dit lezen. Op 5 september 2014 bericht de verdachte aan [D.M.] : “
is ze eigen schuld bro serieus hoefte niet maar ja hij koos er voor”. [D.M.] antwoordt: “
Klopt bro dat zeg ik ook die man heeft ons verraden bro en dat is een les voor anderen bro”.
ik weet niet welke ik moet afpakken want die 3 hebben ons gezegd over jack en heb ze nog niks gegeven wou ze geven als ik van oog had gekregen anders gaan ze denken uhu geven hem info maar pakt me tel af snap je me”. De verdachte heeft verklaard dat “die 3” uit dit bericht de drie personen zijn die de informatie over [M.A.H.] hebben gegeven.
‘dat ze het gisteren allemaal beseften en daarom even met elkaar moeten gaan zitten’. Tevens wordt door [D.M.] en [E.L.] gebeld naar de verdachte, maar het lijkt er sterk op dat hij zijn telefoon niet opneemt. Om 13.10 uur op 28 december 2013 geeft [E.L.] aan dat ze er zijn. In de periode van 14.00 uur tot en met 16.00 uur maakten onder meer de telefoons van [D.M.] , [H.M.] en [E.L.] gebruik van dezelfde BTS-sides in Amsterdam Noord.
‘We gaan er vol tegen aan nu. Geen weg terug’.
‘we moeten gewoon echt gaan zuiveren om ons heen en de boel strakker aantrekken’. [N.H.] geeft op 29 december 2013 aan [G.M.] aan:
‘hun hebben al de start knop gedrukt bij onze brada (…) bijna hadden ze weer 1 van ons dus gewoon beginnen als packman pakken wat je kan en dan vallen ze wel weer uit elkaar’en
‘We gaan ze laten schudden als een vulkaan’.
“Geliquideerde man is Iraniër [M.A.H.] (26)”– dat [N.H.] (‘Chavez’) en [K.J.] (‘Oog’) het nu ook zien en wel ‘pap’ gaan trekken. Op 5 september 2014 zegt de verdachte tegen [D.M.] : ‘is ze eigen schuld bro serieus hoefte niet maar ja hij koos er voor’. [D.M.] reageert: ‘Klopt bro (…) die man heeft ons verraden bro en dat is een les voor anderen bro’.
‘To Do’lijst aangetroffen. De lijst is op 23 maart 2015 aangemaakt en op 7 mei 2015 aangepast. Op de lijst staan onder meer adressen van de moeder en zussen van [slachtoffer 2] (‘ [bijnaam 2] ’), [slachtoffer 4] (‘Boeloe’), [O.L.] en de broers [naam 4] , althans adressen die met deze personen in verband kunnen worden gebracht.
‘Kennie’s allemaal OT, AT en recherche’. Deze notitie is eveneens op 23 maart 2015 aangemaakt en bevat gegevens van diverse voertuigen (merk, type, kenteken). Uit navraag bij het RDW, de Rijksdienst voor het wegverkeer, is gebleken dat het gaat om voertuigen van de politie dan wel politiemedewerkers.
deelneming aaneen organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr Pro ligt tevens een opzetvereiste van de verdachte besloten. Redelijke wetsuitleg brengt volgens de Hoge Raad mee dat voor "deelneming" voldoende is dat de verdachte in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de straf
“Broer het is geklaart”.
verheugde me echt er op”. Op geen enkele manier blijkt uit de berichten van enig berouw bij de verdachte over het feit dat een onschuldig persoon het leven heeft moeten laten. Nog diezelfde dag wordt de jacht op [O.L.] onverminderd voortgezet. Zoals hiervoor overwogen, heeft de verdachte met zijn gedragingen een wezenlijke bijdrage geleverd aan de liquidatie van [slachtoffer 3] en is hij – anders dan hij zelf meent – voor die liquidatie mede verantwoordelijk.
7.Vorderingen van de benadeelde partijen
Himalayahebben de partner, het minderjarige kind, de moeder en twee zussen van het slachtoffer [slachtoffer 1] , door tussenkomst van mr. A.J.J.G. Schijns als hun gemachtigde, schadevergoeding gevorderd van de verdachte.
Tienshanheeft het slachtoffer [slachtoffer 2] , door tussenkomst van mr. F.A. ten Berge als zijn gemachtigde, schadevergoeding gevorderd van de verdachte.
Dollarhebben de partner en het minderjarige kind van het slachtoffer [slachtoffer 3] , door tussenkomst van mr. R.A. Korver als hun gemachtigde, en de moeder van het slachtoffer, door tussenkomst van mr. N.J. Hoogenboom als haar gemachtigde, schadevergoeding gevorderd van de verdachte.
.
“Voldoende is dat een rechtstreeks verband bestaat tussen het gevaarzettend handelen enerzijds en het geestelijk letsel dat een derde door de confrontatie met de gevolgen van dit handelen oploopt anderzijds. Deze confrontatie kan ook plaatsvinden (kort) nadat de gebeurtenis die tot de dood of verwonding van een ander heeft geleid, heeft plaatsgevonden”, aldus de Hoge Raad.
[benadeelde 1](partner van het slachtoffer) heeft een vordering tot schadevergoeding van € 370.056,27 ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden.
[benadeelde 2](zoon slachtoffer) een vordering tot schadevergoeding van oorspronkelijk € 40.098,00 ingediend tegen de verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden.
[benadeelde 3](moeder slachtoffer) heeft een vordering tot schadevergoeding van € 12.324,82 ingediend tegen de verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden.
[benadeelde 4](zus slachtoffer) heeft een vordering tot schadevergoeding van € 499,45 ingediend tegen de verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden.
[benadeelde 5](zus slachtoffer) heeft een vordering tot schadevergoeding van € 449,75 ingediend tegen de verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden.
[slachtoffer 2]heeft een vordering tot schadevergoeding van € 9.932,96 ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 2 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
[benadeelde 6](partner van het slachtoffer) heeft een vordering tot schadevergoeding van € 278.346,10 ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder 3 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. Daarnaast heeft zij vergoeding van proceskosten gevorderd.
Materiële shockschade (schadeposten c tot en met f)
[benadeelde 7](zoon slachtoffer) een vordering tot schadevergoeding van € 72.953,00 ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 3 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
[benadeelde 8](moeder van het slachtoffer) heeft een vordering tot schadevergoeding van € 37.745,07 ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder 3 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. Daarnaast heeft zij vergoeding van proceskosten gevorderd.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
bewezendat de verdachte de onder
1 primair, 2, 3 primair, 4 primair en 5ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
levenslange gevangenisstraf.
€ 43.634,61, bestaande uit € 3.634,61 als vergoeding voor de materiële en € 40.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 februari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.
80 (tachtig) dagen gijzeling.
€ 35.000,00, bestaande uit vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 januari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
80 (tachtig) dagen gijzeling.
€ 12.324,82, bestaande uit vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 februari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.
25 (vijfentwintig) dagen gijzeling.
€ 499,45, bestaande uit vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 februari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.
5 (vijf) dagen gijzeling.
€ 449,75, bestaande uit vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 februari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.
5 (vijf) dagen gijzeling.
[slachtoffer 2]niet-ontvankelijk in de vordering.
€ 51.529,10, bestaande uit € 11.529,10 als vergoeding voor de materiële en € 40.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.
80 (tachtig) dagen gijzeling.
€ 40.000,00, bestaande uit vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 januari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
80 (tachtig) dagen gijzeling.
€ 255,68, bestaande uit vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.
5 (vijf) dagen gijzeling.
teruggaveaan de verdachte van één GSM-toestel, merk Samsung, zoals vermeld op de beslaglijst.