ECLI:NL:RBOBR:2025:6892
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep op herzieningsverzoek Wlz-afwijzing niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang
Eiseres, geboren in 2017 met het Costello-syndroom, diende een herzieningsverzoek in tegen de afwijzing van haar eerdere aanvraag voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) van 9 december 2019. Hoewel zij later per 3 februari 2022 alsnog geïndiceerd werd voor Wlz-zorg, wilde zij dat de zorg met terugwerkende kracht werd toegekend.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen procesbelang had bij de inhoudelijke beoordeling van het beroep, omdat het recht op Wlz-zorg dat zij sinds 2022 heeft, in principe levenslang geldt en een oordeel over de eerdere afwijzing geen invloed heeft op haar toekomstige situatie. Daarnaast werd geoordeeld dat het verzoek om vergoeding van proceskosten geen zelfstandig procesbelang oplevert.
Eiseres stelde dat de afwijzing onzorgvuldig was en dat een onafhankelijk medisch deskundige moest worden benoemd, maar dit veranderde niets aan het ontbreken van procesbelang. Ook het argument dat een uitspraak herhaling bij andere ouders kan voorkomen, werd verworpen omdat eiseres zelf geen belang had bij die overweging.
De rechtbank concludeerde dat het op voorhand onaannemelijk is dat eiseres schade heeft geleden die haar procesbelang zou kunnen rechtvaardigen. De misgelopen inkomsten van haar ouders en de vergoeding aan de oma’s werden niet als schade van eiseres aangemerkt.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om griffierechtteruggave en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.