Uitspraak
1.De kern van de zaak
2.De procedure
- de dagvaarding van 26 februari 2025;
- de voorwaardelijke incidentele vordering ex artikel 195 Rv Pro tevens houdende conclusie van antwoord in conventie tevens houdende conclusie van eis in reconventie;
- de conclusie van repliek in conventie tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie;
- de conclusie van dupliek in conventie tevens houdende conclusie van repliek in reconventie;
- de conclusie van dupliek in reconventie tevens houdende akte uitlaten producties in conventie.
3.De feiten
4.Het geschil in conventie en in reconventie
- voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatige heeft gehandeld en/of toerekenbaar is tekortschoten jegens [partij A];
- voor recht zal verklaren dat [partij A] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is om deze schade te vergoeden;
- Dexia zal veroordelen om de schade die [partij A] door het onrechtmatig handelen van Dexia heeft geleden, te vergoeden en tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [partij A] te voldoen al hetgeen [partij A] aan Dexia heeft betaald onder de Capital Effect overeenkomst, vermeerderd met de wettelijke rente daarover;
- Dexia zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van [partij A], vermeerderd met de wettelijke rente;
- Dexia zal veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
- voor recht zal verklaren dat Dexia met betrekking tot de overeenkomst met nummer [nummer 1] aan al haar verplichtingen heeft voldaan en niets meer aan [partij A] is verschuldigd;
- [partij A] ex artikel 195 Rv Pro zal veroordelen om Dexia een afschrift te verstrekken van het intakeformulier althans van andere schriftelijke documenten waaraan de door Leaseproces, namens [partij A], in deze procedure ingenomen feitelijke stellingen zijn ontleend.
5.De beoordeling in conventie en in reconventie
NLG 1.000,00 per maand hoog te vinden. Vervolgens is in samenspraak met [naam] voor een lagere inleg gekozen, namelijk maandelijkse betalingen van NLG 250,00 per product, aldus [partij A]. [partij A] voert aan dat volgens [naam] zij en haar toenmalige partner op deze wijze aanzienlijk vermogen zouden opbouwen voor hun toekomstig(e) kind(eren) en leverde de samenstelling van de fondsen waarin zou worden belegd een hoog rendement op.
fax sent by […] [naam]’ een stempel is geplaatst met de contactgegevens van FDW en waarop verder met de hand de gegevens van [partij A] zijn ingevuld en eveneens met de hand onder ‘naam adviseur’ de naam [naam] is ingevuld met vermelding van de plaatsnaam Genemuiden en het ATP-nummer [nummer 2];
- dat de gemachtigde van de afnemer ten onrechte op zijn woord wordt geloofd;
- dat zonder verder bewijs wordt aangenomen dat sprake is geweest van advisering door de tussenpersoon;
- dat ten onrechte wordt aangenomen dat op Dexia een onderzoeks- en vastleggingsplicht rust; en
- dat Dexia ten onrechte niet wordt toegelaten tot (tegen)bewijs.
Bedrag incl rente’, maar dat is onvoldoende. In de door [partij A] als productie F en G overgelegde brief van 19 december 2024 waarin Dexia de betaling van € 9.426,00 aankondigt, staat:
€ 9.426,00.
- degene die de vordering instelt, dient een voldoende belang te hebben;
- het moet gaan om bepaalde gegevens;
- aangaande een rechtsbetrekking waarin de eiser of zijn rechtsvoorganger partij is.