Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,
1.Kern van de zaak
2.De procedure
- de dagvaarding van 2 april 2025 (tevens voorwaardelijk incident ex art. 195 Rv Pro.);
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie (tevens incidentele vordering ex art. 195 Rv Pro.);
- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie;
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie;
- de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte uitlating producties.
3.De feiten
- voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens [partij A] en/of toerekenbaar is tekortgeschoten;
- voor recht zal verklaren dat [partij A] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is om deze schade te vergoeden;
- Dexia zal veroordelen tot voldoening aan [partij A] van al datgene dat [partij A] aan Dexia heeft betaald onder de overeenkomsten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover;
- Dexia zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van [partij A] , met rente;
- Dexia zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten, met rente.
- voor recht zal verklaren dat Dexia met betrekking tot de overeenkomst(en) met nummers [contractnummer 3], [contractnummer 4], [contractnummer 1] en [contractnummer 2] niets meer aan [partij A] is verschuldigd;
- [partij A] zal veroordelen in de proceskosten.
- er is sprake van huurkoop;
- er is geen sprake van dwaling, misleidende reclame en/of misbruik van omstandigheden; evenmin is er sprake van (ver)nietig(baar)heid krachtens de Wck;
- Dexia heeft haar bijzondere zorgplichten geschonden, in elk geval de waarschuwingsplicht, en daardoor onrechtmatig gehandeld;
- [partij A] heeft schade geleden, bestaande uit betaalde termijnen en restschuld;
- er is voldoende causaal verband aanwezig tussen de hiervoor bedoelde schade van [partij A] en de onrechtmatige daad van Dexia.
- een kopie van de overeenkomsten op naam van [partij A] met de contractnummers [contractnummer 3], [contractnummer 4], [contractnummer 1] en [contractnummer 2], voorzien van het adviseursnummer [nummer 1] VSN;
- een kredietovereenkomst van 18 augustus 1999 tussen [partij A] enerzijds en Nationale Nederlanden anderzijds, met contractnummer [nummer 2], waarbij een krediet van maximaal NLG 50.100,00 is verleend aan [partij A] ; het contract is tot stand gekomen door bemiddeling van VSN;
- een uitdraai van de website van VSN van destijds, waarop onder meer staat dat VSN reeds jaren actief is als adviseur en bemiddelaar ten behoeve van particulieren voor tal van diensten op financieel en fiscaal gebied en dat de informatie op de website voornamelijk gaat over effectenlease; verder wordt het concept effectenlease uitgelegd onder andere aan de hand van een rekenvoorbeeld/prognose;
- een kopie van een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van VSN met als beschrijving van de werkzaamheden ‘bemiddeling in assurantiën, financieringen, hypotheken, onroerend goed etc.’;
- dat (de gemachtigde van de afnemer) Leaseproces ten onrechte op zijn woord wordt geloofd;
- dat zonder verder bewijs wordt aangenomen dat sprake is geweest van advisering door de tussenpersoon;
- dat ten onrechte wordt aangenomen dat op Dexia een onderzoeks- en vastleggingsplicht rust; en
- dat Dexia ten onrechte niet wordt toegelaten tot (tegen)bewijs.
€ 100,00
6.De beslissing
€ 82,00;