Uitspraak
1.[partij A 1],
[partij A 2],
1.Kern van de zaak
2.De procedure
- de dagvaarding van 27 augustus 2025;
- de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende conclusie van eis in reconventie;
- de conclusie van repliek in conventie tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie;
- de conclusie van dupliek in conventie tevens houdende conclusie van repliek in reconventie;
- de conclusie van dupliek in reconventie tevens houdende akte uitlaten producties in conventie.
3.De feiten
4.Het geschil
- voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld en/of toerekenbaar is tekortgeschoten jegens [partij A];
- voor recht zal verklaren dat [partij A] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is om deze schade te vergoeden;
- Dexia zal veroordelen om te bewerkstelligen dat de registratie van [partij A] bij het Bureau Kredietregistratie wordt doorgehaald en de aan die registratie gekoppelde achterstandscodering ongedaan wordt gemaakt, op straffe van een dwangsom van € 500,00 met een maximum van € 20.000,00;
- Dexia zal veroordelen om de schade die [partij A] door het onrechtmatig handelen van Dexia heeft geleden, te vergoeden en tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [partij A] te voldoen al hetgeen [partij A] heeft betaald onder de AEX Plus Effect overeenkomst, vermeerderd met de wettelijke rente;
- Voor recht zal verklaren dat [partij A] de door Dexia gevorderde restschuld niet is verschuldigd;
- Dexia zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van [partij A], vermeerderd met de wettelijke rente;
- Dexia zal veroordelen tot betaling van de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
- [partij A] zal veroordelen tot betaling van € 282,14 te vermeerderen met de wettelijke rente;
- voor recht zal verklaren dat Dexia met betrekking tot de overeenkomst met nummer [nummer 1] aan al haar verplichtingen heeft voldaan en derhalve niets meer aan [partij A] is verschuldigd;
- [partij A] ex artikel 195 Rv Pro zal veroordelen om Dexia een afschrift te verstrekken van het intakeformulier althans van andere schriftelijke documenten waaraan de door Leaseproces namens [partij A] in deze procedure ingenomen feitelijke stellingen zijn ontleend;
- [partij A] zowel in conventie als in reconventie zal veroordelen in de proceskosten.
- er is sprake van huurkoop;
- er is geen sprake van dwaling, misleidende reclame en/of misbruik van omstandigheden; evenmin is er sprake van (ver)nietig(baar)heid krachtens de Wck;
- Dexia heeft haar bijzondere zorgplichten geschonden, in elk geval de waarschuwingsplicht, en daardoor onrechtmatig gehandeld;
- [partij A] heeft schade geleden, bestaande uit betaalde termijnen en restschuld;
- er is voldoende causaal verband aanwezig tussen de hiervoor bedoelde schade van [partij A] en de onrechtmatige daad van Dexia.
[bedrijf] niet beschikte over de voor beleggingsadvieswerkzaamheden noodzakelijke vergunning. In de prejudiciële beslissing van 10 juni 2022, [3] heeft de Hoge Raad uitgelegd in welke gevallen Dexia heeft gecontracteerd in strijd met het verbod van artikel 41 NR Pro 1999 (dan wel met het daarmee materieel overeenkomende artikel 25 NR Pro 1995). Daarvan is volgens de Hoge Raad sprake als de afnemer een effectenleaseovereenkomst is aangegaan nadat de daarbij optredende tussenpersoon (zonder te beschikken over de daarvoor benodigde vergunning), tevens – naar Dexia wist of behoorde te weten – als financieel adviseur is opgetreden door advies te geven.
- een kopie van het aanvraagformulier AEX Plus Effect op naam van [partij A] waarop met de hand bij het vooruit te betalen maandbedrag van ‘NLG 10.000 / NLG 9.600?’ staat geschreven en waarop rechtsboven ‘[bedrijf]’ staat vermeld als ook bij ‘naam van de adviseur’ vermelding van ‘[naam] [bedrijf] B.V.’ met ATP-nummer [nummer 2];
- een kopie van de overeenkomst AEX Plus Effect Vooruitbetaling met nummer [nummer 1] van 19 juni 2000 op naam van en getekend door [partij A] en met vermelding van een leasesom van NLG 9.600,00 en [nummer 2]-[bedrijf] als adviseur;
- een foto van het visitekaartje van [naam] Financiele Dienstverlening op het logo van [bedrijf];
- foto’s van twee pagina’s uit de brochure van het AEX Plus Effect met op één pagina een rekenvoorbeeld en een met de hand getekende krul;
- een kopie van een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van [bedrijf] met als activiteitenomschrijving: ‘[…]
- een uitdraai van de website van [bedrijf] waarop onder andere staat: ‘
De bewuste redenering omtrent het bewijs is onderwerp van deze cassatieberoepen.
Deze komen er, kort gezegd, op neer:
- dat Leaseproces (de gemachtigde van [partij A]) ten onrechte op haar woord wordt geloofd;
- dat zonder verder bewijs wordt aangenomen dat sprake is geweest van advisering door de tussenpersoon;
- dat ten onrechte wordt aangenomen dat op Dexia een onderzoeks- en vastleggingsplicht rust; en
- dat Dexia ten onrechte niet wordt toegelaten tot (tegen)bewijs.
€ 100,00
6.De beslissing
€ 100,00 voor elke dag dat Dexia niet aan deze veroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,00;