Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Feiten
primair besluit I) heeft de burgemeester de exploitatievergunning ingetrokken op grond van artikel 1:6, onder b en d, van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Schouwen-Duiveland (APV). De burgemeester heeft de exploitatievergunning ingetrokken, omdat de exploitatievergunning aan [b.v.] is verleend en dit niet de feitelijke exploitant is van het pension.
bestreden besluit Iheeft de burgemeester het bezwaar tegen primair besluit I ongegrond verklaard. Daarnaast heeft de burgemeester de juridische grondslag voor primair besluit I aangevuld in die zin dat de exploitatievergunning ook wordt ingetrokken op grond van artikel 7 en Pro artikel 3, eerste lid, onder b, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Volgens de burgemeester is sprake is van ernstig gevaar dat de exploitatievergunning zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. [3]
primair besluit II). De burgemeester heeft eisers gelast om de overtreding te beëindigen en/of beëindigd te houden. De burgemeester heeft daar een dwangsom aan verbonden van € 5.000,- per overtreding, met een maximum van € 25.000,-.
bestreden besluit IIIheeft de burgemeester het bezwaar tegen primair besluit III ongegrond verklaard.
2.Wettelijk kader
- het handelen in strijd met de Wabo/Omgevingswet, de Drank- en horecawet, het Bouwbesluit 2012 en de Woningwet zijn gepleegd bij de onderneming aan [het pand en het perceel] en bij een zusteronderneming aan de [adressen 1] en daarmee gepleegd zijn bij beschikkingsactiviteiten die overeenkomen met activiteiten waarvoor de exploitatievergunning is aangevraagd;
- de aangevraagde exploitatievergunning het mogelijk maakt om de strafbare feiten onder 1 t/m 11 te plegen;
- het niet voldoen aan het omgevingsplan ook een weigeringsgrond oplevert voor de exploitatievergunning op grond van artikel 2:28, tweede lid, van de APV;
- het vermoeden van valsheid in geschrifte is gepleegd bij de aanvraag om een exploitatievergunning;
- de verbouwing van het pand aan de [adres] ertoe strekt om het te betrekken bij het pand aan [het pand en het perceel] , waarop de exploitatievergunning betrekking heeft. Het is de bedoeling dat dit pand ook wordt betrokken bij het logiesgebouw en dat daar ook commerciële exploitatie als logiesgebouw zal gaan plaatsvinden.
- overtredingen onder 1:De burgemeester heeft – gelet op het tijdsverloop – ten onrechte rekening gehouden met de overtredingen onder 1. De pleegdatum van deze overtredingen ligt verder dan zes jaar in het verleden. De leidraad gevaarsbeoordeling waardeert feiten af als het tijdsverloop zes jaar of meer bedraagt.
- overtredingen onder 3:Eisers betwisten deze overtredingen en verwijzen naar de gronden die zijn aangevoerd in het beroep met zaaknummer 25/3831. Daarnaast bestaat geen samenhang tussen deze overtredingen en de exploitatievergunning. De samenhang moet zien op de activiteit waar de exploitatievergunning op ziet en de activiteit waarbij de overtredingen zijn gepleegd. Die zijn niet gelijk. De exploitatievergunning kan geen bouwovertredingen faciliteren.
- overtreding onder 4:Eisers betwisten deze overtreding. Er is geen boete opgelegd en er is geen handhaving gevolgd. Uit een inspectierapport blijkt dat er een mondelinge stillegging is geweest die ter plekke mondeling is opgeheven. De stillegging had plaatsgevonden omdat er geen valbeveiliging op het dak geïnstalleerd was. De stillegging is opgeheven, omdat er op dat moment niet werd gewerkt. De valbeveiliging was aanwezig in de auto met de medewerkers, die het werk nog moesten aanvangen. Eisers kan niet worden verweten dat ze daar geen bezwaar tegen hebben gemaakt, omdat dan zou zijn geoordeeld dat geen sprake was van procesbelang. Tussen deze overtreding en de exploitatievergunning bestaat ook geen samenhang. Het leggen van zonnepanelen hangt op geen enkele wijze samen met het exploiteren van een pension. [15]
- overtreding onder 5:Eisers zijn vrijgesproken van deze overtreding. Op geen enkele wijze is aannemelijk dat eisers de burgemeester onjuist hebben willen voorlichten. Gelet op de vrijspraak, mag dit feit niet meer betrokken worden op grond van artikel 3a, derde lid, van de Wet Bibob.
- overtreding onder 9:Er bestaat geen samenhang tussen de exploitatievergunning en deze overtreding. Het plaatsen van zonnepanelen hangt niet samen met de exploitatie van een pension.
- overtredingen onder 2, 6 en 7:De overtredingen in de periode van 17 juni 2021 tot en met 28 januari 2024 ten aanzien van de [adressen 1] en waarvoor lasten onder dwangsom zijn opgelegd op 25 mei 2025 worden betwist. Ook de overtredingen van de eerder opgelegde last onder dwangsom (van 5 juli 2021) worden betwist. Eisers verwijzen naar de gronden uit het hoger beroepschrift tegen het invorderingsbesluit. Er is ook geen sprake van samenhang tussen de exploitatievergunning en de overtredingen van de Wabo, het Bouwbesluit en de Woningwet.
- overtreding onder 10:Eisers betwisten deze overtreding en verwijzen naar het beroepschrift in het beroep met zaaknummer 25/5780.
- overtredingen onder 11:Eisers betwisten deze overtredingen en verwijzen naar het beroepschrift in het beroep met zaaknummer 25/3839. Dat de [adres] naast [nummer] ligt, maakt niet dat van samenhang gesproken kan worden.
- 6:19 besluit:Eisers betwisten de overtredingen in de gemeente [plaats 1] . Ter onderbouwing verwijzen zij naar het bezwaarschrift tegen de opgelegde handhavingssanctie. Ook stellen zij dat ten aanzien van die overtredingen niet is voldaan aan het samenhangcriterium.
In de eerste plaats moet sprake zijn van feiten en omstandigheden (concrete indicaties) die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die zijn gepleegd bij activiteiten die overeenkomen of samenhangen met activiteiten waarvoor de beschikking wordt aangevraagd dan wel is gegeven. Om vast te stellen of sprake is van dergelijke strafbare feiten is een strafrechtelijke veroordeling niet vereist. [18] Wel moet aan de hand van concrete indicaties aannemelijk zijn dat die strafbare feiten zijn gepleegd. Dat betekent dat zozeer waarschijnlijk is dat die feiten hebben plaatsgevonden, dat ze daarom als vaststaand behoren te worden aangenomen. [19] Daarnaast moet sprake zijn van samenhang. Van activiteiten die samenhangen met die waarvoor de beschikking is gevraagd, kan worden gesproken indien het gaat om activiteiten die in elkaars verlengde liggen. [20] In de praktijk komt het erop neer dat aan deze voorwaarde is voldaan als een beschikking het plegen van strafbare feiten kan faciliteren.
- Eisers hebben de
- In een uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 augustus 2021
- In de uitspraak van deze rechtbank van heden in het beroep met zaaknummer 25/3831, heeft de rechtbank ten aanzien van de
- De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester – door te verwijzen naar het inspectierapport van de Nederlandse arbeidsinspectie van 27 juni 2023 – voldoende heeft gemotiveerd dat aannemelijk is dat de
- In een uitspraak van de rechtbank van 25 september 2025
- In de uitspraak van deze rechtbank van heden in de beroepen met zaaknummers 25/5782 en 25/5784, heeft de rechtbank ten aanzien van de
- Eisers hebben de
- In de uitspraak van deze rechtbank van heden in het beroep met zaaknummer 25/3839 heeft de rechtbank ten aanzien van de
- In de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 1 juli 2025 heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat aannemelijk is dat in ieder geval de
nietheeft kunnen betrekken bij het oordeel dat eisers in relatie staan tot strafbare feiten.
- In de uitspraak van deze rechtbank van heden in het beroep met zaaknummer 25/3831, heeft de rechtbank ten aanzien van de
- In het verweerschrift schrijft de burgemeester dat het
- In overweging 4.3 van deze uitspraak overweegt de rechtbank dat de burgemeester niet bevoegd was om de
de overtreding onder 4) samenhangt met activiteiten waarvoor de exploitatievergunning is verleend. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat het Arbeidsomstandighedenbesluit een heel ander soort regelgeving is dan de overige door eisers overtreden omgevingsrechtelijke en APV-bepalingen.
4.Beroep tegen bestreden besluit II (25/5780, last onder dwangsom)
5.Redelijke termijn
6.Griffierecht en proceskosten
- verklaart het beroep tegen bestreden besluit I gegrond;
- vernietigt bestreden besluit I;
- draagt de burgemeester op een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar tegen primair besluit I binnen 6 weken na het verzenden van deze uitspraak;
- schorst primair besluit I tot zes weken na de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat ervan uit moet worden gegaan dat de exploitatievergunning van 12 oktober 2022 voor het exploiteren van een pension ( [eiseres 1] ) aan [het pand en het perceel] is verleend aan eiseres 3;
- veroordeelt de burgemeester tot het betalen van een schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn aan eisers van € 1.500,- totaal;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 385,- aan eisers moet vergoeden;
- verklaart het beroep tegen bestreden besluit III gegrond;
- vernietigt bestreden besluit III;
- bepaalt dat de aanvraag om een exploitatievergunning van 8 maart 2023 wordt afgewezen, omdat aan eiseres 3 op 12 oktober 2022 al een exploitatievergunning is verleend voor het exploiteren van een pension ( [eiseres 1] ) aan [het pand en het perceel] ;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van bestreden besluit III;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 385,- aan eisers moet vergoeden;
- verklaart het beroep tegen bestreden besluit II gegrond;
- vernietigt bestreden besluit II;
- herroept primair besluit II;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van bestreden besluit II;
- veroordeelt de burgemeester tot het betalen van een schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn aan eisers van € 1.000,- totaal;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 385,- aan eisers moet vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 2.733,- aan proceskosten aan eisers.