ECLI:NL:RVS:2018:3788
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.J. van Eck
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake openbaarmaking en verwerking persoonsgegevens politiefunctionaris
In deze zaak heeft appellant een verzoek gedaan tot niet-verwerking en inzage van persoonsgegevens en openbaarmaking van documenten over een politiefunctionaris. De korpschef heeft meerdere besluiten genomen waarbij verzoeken werden afgewezen, gedeeltelijk ingewilligd of documenten (gedeeltelijk) openbaar werden gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen een besluit niet-ontvankelijk en vernietigde een ander besluit wegens onvoldoende motivering. Het hoger beroep richt zich onder meer op de motivering van de weigering tot openbaarmaking, de procedurele aspecten bij de rechtbank en de toepassing van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft nagelaten de korpschef opdracht te geven nader onderzoek te verrichten naar documenten, maar dat de korpschef dit onderzoek niet alsnog hoeft te verrichten vanwege een tweede zorgvuldig onderzoek. De Afdeling bevestigt dat de korpschef terecht bepaalde documenten niet openbaar heeft gemaakt vanwege bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het belang van interne integriteitsonderzoeken. Het beroep tegen het besluit van 21 juli 2017 wordt ongegrond verklaard.
De procedure bij de rechtbank is beoordeeld als correct, ondanks bezwaren over doorzending van stukken en timing van producties. De Afdeling wijst op het belang van zorgvuldige motivering bij weigering van openbaarmaking en bevestigt de toepassing van specifieke wettelijke bepalingen ter bescherming van persoonlijke gegevens en interne beleidsopvattingen.
De Afdeling gelast tevens vergoeding van het betaalde griffierecht aan appellant en vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze naliet de korpschef opdracht te geven nader onderzoek te verrichten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover deze naliet nader onderzoek te gelasten; het beroep tegen het besluit van 21 juli 2017 wordt ongegrond verklaard.