ECLI:NL:RVS:2019:3678
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis gezinslid met zelfstandige asielvergunning
De staatssecretaris wees een aanvraag af voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis van een vreemdeling die gehuwd is met een referent die een zelfstandige asielvergunning heeft. De afwijzing was gebaseerd op de stelling dat de gezinsband tussen referent en vreemdeling was verbroken omdat referent eerder als jongvolwassene naar haar moeder was nagekomen en in die procedure verklaarde ongehuwd te zijn.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de gezinsband was verbroken, waardoor geen werkelijk huwelijks- of gezinsleven meer bestond. Referent voerde hoger beroep en stelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de gezinsband was verbroken en dat de belangen van de kinderen niet waren meegewogen.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de staatssecretaris de afwijzing onvoldoende heeft gemotiveerd en niet inhoudelijk heeft beoordeeld of een werkelijk huwelijks- of gezinsleven bestaat, zoals vereist op grond van artikel 16 van Pro de Gezinsherenigingsrichtlijn. Ook is niet voldaan aan de motiveringsplicht van artikel 17 van Pro de richtlijn. De Afdeling vernietigt daarom het besluit en het vonnis van de rechtbank en beveelt een nieuwe inhoudelijke beoordeling waarbij de gezinsband en belangen van de kinderen worden betrokken.
De staatssecretaris mag het nareisbeleid slechts eenmaal toepassen en moet bij een reguliere aanvraag een volledige beoordeling maken. Daarnaast moet hij rekening houden met de rechten van het kind en het EVRM. De proceskosten worden aan de staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe inhoudelijke beoordeling van de gezinsband en belangen van de kinderen.