ECLI:NL:RVS:2019:4305
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- B.J. Schueler
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over bestuurlijke boete wegens onttrekking woonruimte zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde appellant een bestuurlijke boete van €10.250,- op wegens het zonder vergunning onttrekken van woonruimte voor bedrijfsmatige hennepteelt. De rechtbank matigde deze boete naar €2.400,- vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder de financiële draagkracht van appellant. Het college ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het college terecht een boete oplegde omdat appellant een substantieel deel van de woning onttrok aan de bestemming tot bewoning. De rechtbank had echter ten onrechte de boete gematigd, omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de boete onevenredig hoog was gezien zijn financiële situatie. De Afdeling benadrukt dat het onttrekken van woonruimte een ernstige overtreding is die een afschrikwekkend effect moet hebben.
Het incidenteel hoger beroep van appellant, dat onder meer betoogde dat de woning niet binnen het werkingsbereik van de Huisvestingswet viel en dat slechts een klein deel van de woning was onttrokken, wordt verworpen. De Afdeling bevestigt dat het verbod op onttrekking zonder vergunning ook geldt voor de woning van appellant. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €10.250,- wordt gehandhaafd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.