ECLI:NL:RVS:2020:577
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens onttrekking woning aan bestemming tot bewoning in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde appellant een bestuurlijke boete op van €20.500 wegens het onttrekken van een woning aan de bestemming tot bewoning door verhuur aan toeristen via Airbnb zonder vergunning. Na bezwaar werd de boete verlaagd naar €12.000. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de toezichthouders zonder toestemming de woning waren binnengetreden, dat er geen schaarste zou zijn aan duurdere huurwoningen, en dat het verblijf van appellant in de woning tijdens verhuur geoorloofd was.
De Afdeling oordeelde dat de toezichthouders bevoegd waren het pand binnen te treden zonder toestemming op grond van de Huisvestingswet 2014 en dat aan de voorwaarden van de Algemene wet op het binnentreden was voldaan. De Afdeling bevestigde dat er sprake is van schaarste aan woningen in Amsterdam, ook in het duurdere segment, en dat de aanwijzing van het gehele grondgebied Amsterdam als beschermd gebied terecht is. De verhuur aan toeristen leidde tot onttrekking van de woning aan de woonruimtevoorraad, ook al verbleef appellant zelf in een deel van de woning.
De Afdeling verwierp het verweer dat sprake was van geoorloofde vakantieverhuur omdat niet de gehele woning ter beschikking werd gesteld. Ook het verzoek tot matiging van de boete wegens het aantal toeristen en financiële omstandigheden faalde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €12.000 wegens onttrekking van de woning aan de bestemming tot bewoning wordt bevestigd.