ECLI:NL:RVS:2023:2023
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- E. Steendijk
- J.TH. Drop
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtreding beroepskracht-kindratio en Wet kinderopvang in Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde op 4 september 2019 een bestuurlijke boete van € 47.000,00 op aan een kinderdagverblijf wegens overtredingen van de Wet kinderopvang, met name de beroepskracht-kindratio en het niet koppelen van een stagiaire aan het Personenregister Kinderopvang (PRK).
Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland die het boetebedrag matigde en enkele overtredingen niet bewezen achtte, stelde het college hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep van de houder.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte bepaalde overtredingen niet bewezen achtte en dat de matiging van boetes onjuist was toegepast. De Afdeling matigde de boetes voor afwijkingen buiten de vastgestelde tijden met 50% in plaats van 75% en vernietigde de algehele matiging van 12,5%. Tevens werd het boetebesluit van 4 september 2019 herroepen en de boetes vastgesteld op € 25.750,00.
Het incidenteel hoger beroep van de houder werd ongegrond verklaard, onder meer omdat het bestuursorgaan de boete bevoegd had opgelegd en de matigingsverzoeken onvoldoende waren onderbouwd. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de procedure binnen vier jaar was afgerond.
De uitspraak bevestigt het belang van een juiste toepassing van de beroepskracht-kindratio per stamgroep, het belang van administratieve nauwkeurigheid en de beperkte ruimte voor matiging van boetes in het kader van de Wet kinderopvang.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op € 25.750,00 met gedeeltelijke vernietiging en matiging van eerdere beslissingen.