ECLI:NL:CRVB:2017:3154
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing themacontrole bijstandsgerechtigden met Turkse band
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd onderzocht in het kader van een themacontrole gericht op bijstandsgerechtigden met een band met Turkije. Het college stelde vast dat zij eigenaar was van een winkelpand in Turkije en trok haar bijstand met terugwerkende kracht in, met terugvordering van de kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat het onderzoek discriminerend was omdat het zich uitsluitend richtte op personen met Turkse nationaliteit of afkomst zonder voldoende objectieve rechtvaardiging. Dit was in strijd met het discriminatieverbod van artikel 14 EVRM Pro en artikel 1 van Pro Protocol 12.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep gegrond. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand omdat appellante haar inlichtingenverplichting heeft geschonden en het college op grond daarvan de bijstand terecht heeft ingetrokken en de kosten mag terugvorderen.
De Raad veroordeelde het college in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan appellante wordt vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van objectieve criteria bij themacontroles en de noodzaak om discriminatie te voorkomen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens discriminatie, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege schending van de inlichtingenverplichting.