ECLI:NL:GHAMS:2021:3235
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep effectenlease: onaanvaardbare financiële last en oneerlijk beding
In deze zaak stond de beoordeling van effectenleaseovereenkomsten centraal, waarbij de vraag was of deze een onaanvaardbaar zware financiële last voor de afnemer vormden en of een beding in de Bijzondere Voorwaarden oneerlijk was in de zin van Richtlijn 93/13/EEG.
Het hof nam de feiten van de kantonrechter over en bevestigde de vaste jurisprudentie dat leaseovereenkomsten als koop op afbetaling gelden, en dat de zorgplicht van Dexia inhoudt dat zij de financiële draagkracht van de afnemer moet toetsen. Volgens de hofformule kon de afnemer de lasten van de eerste leaseovereenkomst dragen, maar niet die van de tweede, die kort daarna werd gesloten.
Verder oordeelde het hof dat het beding in de Bijzondere Voorwaarden dat Dexia bij wanbetaling het restant van de leasesom kon opeisen, oneerlijk is en vernietigd moet worden. Dexia's beroep op verjaring faalde, mede vanwege het beschermingsbeginsel uit EU-recht. Hierdoor vervielen posten in de eindafrekeningen met betrekking tot contant gemaakte resterende termijnen.
Het hof veroordeelde de afnemer tot betaling van een gereduceerde restschuld en Dexia tot terugbetaling van een deel van de inleg, met wettelijke rente. De proceskosten in eerste aanleg werden gecompenseerd, maar de afnemer werd veroordeeld in de kosten van hoger beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en bepaalt een gereduceerde restschuld, vernietigt het oneerlijke beding en veroordeelt partijen tot wederzijdse betalingen met rente.