Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze civiele zaak betreft een effectenleaseovereenkomst tussen Dexia en een afnemer, tot stand gekomen via een tussenpersoon zonder vergunning voor effectenbemiddeling. De kernvraag was of de tussenpersoon vergunningplichtig advies heeft gegeven en of Dexia hiervan wist of behoorde te weten.
De afnemer stelde dat de tussenpersoon een gepersonaliseerd, vergunningplichtig advies gaf dat Dexia kende of had moeten kennen. Dexia voerde aan dat geen vergunningplichtig advies was gegeven en dat zij daarvan geen wetenschap had. Het hof oordeelde dat de tussenpersoon als effectenbemiddelaar zonder vergunning optrad en dat de gegeven aanbeveling als vergunningplichtig advies moest worden gekwalificeerd.
Het hof stelde vast dat Dexia bekend was met de gebruikelijke werkwijze van tussenpersonen die vergunningplichtig adviseerden en dat Dexia naliet navraag te doen naar de aard van de advisering. Hierdoor kwam de wetenschap van Dexia vast te staan. Dexia handelde daarmee onrechtmatig en is gehouden tot volledige schadevergoeding, ook voor rente, aflossing en kosten. Het hoger beroep van Dexia wordt verworpen en het bestreden vonnis bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van Dexia af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.