Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze civiele zaak betreft vier effectenleaseovereenkomsten tussen Dexia en een afnemer, tot stand gekomen via een tussenpersoon zonder de vereiste vergunning. Centraal staat of de tussenpersoon vergunningplichtig advies heeft gegeven en of Dexia hiervan op de hoogte was of had moeten zijn.
De kantonrechter stelde eerder vast dat Dexia onrechtmatig handelde door het aangaan van deze overeenkomsten ondanks het ontbreken van een vergunning bij de tussenpersoon en veroordeelde Dexia tot schadevergoeding van € 23.800,84 plus rente. Dexia ging in hoger beroep tegen dit vonnis.
Het hof bevestigt dat de tussenpersoon vergunningplichtig heeft geadviseerd en dat Dexia hiervan op de hoogte was of had moeten zijn, mede gelet op de gebruikelijke werkwijze van tussenpersonen en haar eigen verplichtingen onder artikel 41 van Pro de Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999. Dexia had navraag moeten doen naar de aard van de advisering. Het beroep op eigen schuld faalt.
Het hoger beroep van Dexia wordt verworpen, het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd en Dexia wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten. De veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld en veroordeelt Dexia tot schadevergoeding en proceskosten.