Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 25 februari 2026
[X] te [Z] , belanghebbende,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Beoordeling van de waarde van de woning
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
219 m2 juist is. Uit de gedingstukken blijkt dat de oppervlaktematen van de woning en de vergelijkingsobjecten, zoals te doen gebruikelijk binnen de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, zijn berekend aan de hand van de zogenoemde norm NEN-2580. Deze norm betreft een meetinstructie voor de bepaling van de gebruiksoppervlakte/inhoud van woningen. De norm NEN-2580 wordt voor alle woningen, dus ook voor de onderhavige woning en de vergelijkingsobjecten, op dezelfde wijze toegepast. Het Hof ziet geen grond te twijfelen aan de bruikbaarheid van de door de taxateur van de gemeente berekende gebruiksoppervlakte van de woning en de vergelijkingsobjecten. Als gevolg van het feit dat de norm NEN-2580 voor alle woningen op dezelfde wijze wordt toegepast, is het aannemelijk dat de inzichten in de interpretatie van die norm voor alle woningen gelijk zijn toegepast, zodat de aldus bepaalde gebruiksoppervlaktes kunnen dienen als basis voor de onderlinge vergelijking. De enkele verwijzing van belanghebbende naar de gegevens van het meetprogramma Woningweter, die een andere gebruiksoppervlakte vermelden dan door de taxateur is berekend, is onvoldoende om de door de Heffingsambtenaar gehanteerde en met concrete gegevens onderbouwde gebruiksoppervlakte van de woning in twijfel te trekken. Voor wat betreft de gegevens uit het meetprogramma Woningweter ontbreekt elke toelichting omtrent hoe deze tot stand zijn gekomen. Deze stelling kan belanghebbende daarom niet baten.