Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
hij op of omstreeks 27 juni 2020 te Maastricht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] opzettelijk en met voorbedachte raad van het leven heeft beroofd, door - die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, (telkens) (met kracht) (met gebalde vuist) te slaan en/of stompen op/tegen zijn (achter)hoofd en/of op/tegen zijn lichaam en/of die [slachtoffer 1] tegen het (boven)been, althans tegen het lichaam te trappen, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] ten val is gekomen en/of - die [slachtoffer 1] , terwijl hij op de grond lag, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (met kracht) (met geschoeide voet) te schoppen en/of trappen op/tegen zijn hoofd en/of op/tegen zijn lichaam, althans (heftig) (extern stomp inwerkend) geweld op/tegen de hals en/of het hoofd, althans het bovenlichaam, toe te passen;
hij op of omstreeks 27 juni 2020 te Maastricht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een TV en/of een computer en/of een alarmkast(je) en/of een telefoon en/of een portemonnee met inhoud (waaronder bankpassen en diverse pasjes), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
hij op of omstreeks 16 januari 2020 te Eckelrade, gemeente Eijsden- Margraten een portemonnee(met inhoud), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 16 januari 2020 te Maastricht (telkens) een hoeveelheid geld (van in totaal ongeveer 40 euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen hoeveelheid geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van de pin-/betaalpas van die [benadeelde] ;
NJ2014/156, HR 18 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:347, HR 3 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:204 en HR 27 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3167).
hij op 27 juni 2020 te Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door
hij op 27 juni 2020 te Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander, een TV, een computer, een alarmkastje en een portemonnee met inhoud welke goederen geheel aan [slachtoffer 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
hij op 16 januari 2020 te Eckelrade, een portemonnee (met inhoud), toebehorende aan [benadeelde] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
hij op meer tijdstippen omstreeks 16 januari 2020 te Maastricht telkens een hoeveelheid geld (van in totaal ongeveer 40 euro), toebehorende aan [benadeelde] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen hoeveelheid geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van de pinpas van die [benadeelde] ;
1. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 juni 2020 (pagina’s 390-398), voor zover inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] :
Ter plaatse:
Woning:
Slachtoffer:
2. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming (pagina’s 97-98), voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 4] :
het hof merkt op: de woning van de verdachte [verdachte]).
3. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming (pagina’s 103-104), voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 5] :
4. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 8 juli 2020 (pagina’s 184-191), voor zover inhoudende de verklaring van de verdachte [verdachte] :
het hof begrijpt: het terras behorende bij de woning [adres 2] te Maastricht) had gedronken, kwam ik terug van het feest. Ik had drugs gebruikt, XTC en MDMA. Ook cocaïne. [slachtoffer 1] (
het hof begrijpt: slachtoffer [slachtoffer 1]) kwam naar buiten en liep naar rechts. Dus naar de deur toe. [slachtoffer 1] kwam toen teruggelopen en lachte met een geniepig lachje. Op dat moment werd het zwart voor mijn ogen. Ik had me al die tijd lopen opfokken.
het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte]) , bleef maar wat nastampen.
5. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 9 juli 2020 (pagina’s 192-196), voor zover inhoudende de verklaring van de verdachte [verdachte] :
het hof begrijpt: slachtoffer [slachtoffer 1]) precies geschopt?
6. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 20 juli 2020 (pagina’s 197-210), voor zover inhoudende de verklaring van de verdachte [verdachte] :
het hof begrijpt: slachtoffer [slachtoffer 1]) aan liep heb ik de deur open gegooid en hem een klap tegen het achterhoofd van hem verkocht.
7. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 20 juli 2020 (pagina’s 309-317), voor zover inhoudende de verklaring van de verdachte [medeverdachte] :
het hof begrijpt: slachtofer [slachtoffer 1]) uit de woning komen toen wij ongeveer 10 á 15 minuten op het terras bij [verdachte] zaten.
het hof begrijpt: medeverdachte [verdachte]) in de woning van zijn buurman aan [adres 1] geweest.
het hof begrijpt: [slachtoffer 1]) liggen.
8. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 juni 2020 (pagina’s 399-400), voor zover inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] :
het hof begrijpt: de verdachte [verdachte]) vandaag voor de deur stond;
9. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juli 2020 (pagina’s 406-407), voor zover inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9] :
10. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 juli 2020 (pagina’s 417-419), voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 10] :
het hof begrijpt: dood)
het hof begrijpt: morsdood gemaakt)
11. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 augustus 2020 (pagina’s 537-574), voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 12] :
[verdachte] ,
[medeverdachte] ,
12. Een rapport radiologisch onderzoek betreffende het slachtoffer [slachtoffer 1] d.d. 7 juli 2020 (pagina’s 1322-1329), voor zover inhoudende de bevindingen van deskundige prof. dr. P.A.M. Hofman:
13. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 december 2020 (pagina’s 683-686), voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 13] inclusief bijlagen:
14. Een forensisch geneeskundige letselbeschrijving d.d. 30 juni 2020 (pagina’s 1306-1312), voor zover inhoudende de bevindingen van M. van den Bongard:
het hof begrijpt: het slachtoffer) zich had afgetrokken op Helena en dat “hij” (
het hof begrijpt: het slachtoffer) Helena wilde aanranden en dat de zaak toen uit de hand is gelopen. De verdachte heeft in dit gesprek onder andere gezegd:
“Ja, ze weten, ik heb alles eerlijk toe moeten geven. Ik moest wel (..) ”.
NJ2003/552). Onder “de naar algemene ervaringsregels aanmerkelijke kans” dient te worden verstaan “de in de gegeven omstandigheden reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid” (vgl. HR 29 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:718,
NJ2019/103, m.nt. Wolswijk).
medeplegen van doodslag.
diefstal door twee of meer verenigde personen.
diefstal.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor de duur van 135 dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling de duur van 122 dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) jaren;
onttrekking aan het verkeervan het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een ploertendoder;
teruggaveaan de ervan van [slachtoffer 1] van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: een computer, een broek, en twee stukken schoeisel;
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: een stuk bruin schoeisel van het merk Adidas, een stuk wit schoeisel, een jas van het merk Lacoste en een broek van het merk Non Grada;
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
€ 20.000,00 (twintigduizend euro) ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]
€ 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 juli 2020 tot aan de dag der voldoening.