Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Zaak [nummer 3] : Onderzoek inkomsten, contante stortingen en contante opnamen
- Op 27 april 2009 bleek [belanghebbende] € 4.910,- (1 x € 500,-, 61 x € 50,-, 67 x € 20,-, 1 x € 10,- en 2 x € 5,-) op zak te hebben. [belanghebbende] verklaarde hierover twee weken eerder € 5.000,- gepind te hebben. Uit de opgevraagde bankafschriften bleek op 7 april 2009 € 5.000,- gepind te zijn, echter is het niet mogelijk bij dit filiaal een biljet van € 500,- te pinnen;
- Op 15 december 2011 bleek [belanghebbende] € 15.035,- contant in zijn bezit te hebben, waarvan € 10.800,- in zijn binnenzak, € 3.380,- uit een witte enveloppe in een bruin lederen schoudertas en € 855,- uit een portemonnee in diezelfde schoudertas. [belanghebbende] verklaarde dat dit geld afkomstig was van een reparatie van een auto. Uit onderzoek is gebleken dat dit niet klopt.
- Op 18 september 2012 bleek [belanghebbende] in het bezit te zijn van € 3.488,95, waarvan 4 biljetten van € 50,- toebehoorden aan justitie en derhalve terug zijn gegaan naar justitie. Dit bedrag droeg hij bij zich. De bedragen € 6.235,- en € 3.340,- lagen los van elkaar in de kluis van [zaak] , waarvan de sleutel in de fouillering van [belanghebbende] zat, waardoor het vermoeden bestaat dat dit geld hem toebehoorde. In het pand [adres 3] te [woonplaats] werd een bedrag aangetroffen wat door het NFI vastgesteld is op € 41.400,-.
Op 31 augustus 2012 is [naam 2] vanuit Marokko naar [plaats 4] (België) gevlogen om daar opgehaald te worden en gebracht te worden naar [adres 1] te [woonplaats] . Daar ontving hij € 45.000,- van [belanghebbende] . [belanghebbende] haalde het geld uit zijn schoudertasje. Het geld bestond uit 90 biljetten van 500 euro. Het geld werd verpakt in wit papier en dicht geplakt met plakband. Dit pakketje werd verstopt in de auto door [belanghebbende] , welke [naam 2] voor 2 tot 3 weken zou lenen van [belanghebbende] . Deze auto betrof een [merk 2] voorzien van kenteken [kenteken 2] . De papieren en tijdelijke kentekenplaten waren geregeld door [belanghebbende] .
Kennisgeving boete art. 5.48 AWB(…)
Op 23 januari 2020 hebben wij u het controlerapport met kennisgeving boete toegezonden. U bent in de gelegenheid gesteld om binnen 14 dagen te reageren op de aangekondigde correcties met boete.”
3.Geschil en conclusies van partijen
4.Gronden
Art. 1 EP luidt:
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond;
- verklaart het incidentele hoger beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, maar alleen voor de beslissing over de boetebeschikkingen;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar voor zover die betrekking hebben op de boetebeschikkingen;
- vermindert de boetebeschikking voor het jaar 2009 naar € 4.158;
- vermindert de boetebeschikking voor het jaar 2011 naar € 48.404;
- vermindert de boetebeschikking voor het jaar 2012 naar € 15.893;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de schade die belanghebbende heeft geleden tot een bedrag van € 1.153;
- veroordeelt de minister tot vergoeding van de schade die belanghebbende heeft geleden tot een bedrag van € 347;
- veroordeelt de inspecteur in de kosten van het geding bij het hof van € 113,38;
- veroordeelt de minister in de kosten van het geding bij het hof van € 113,37.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).