Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
substancehad. [belanghebbende] heeft echter geen navraag gedaan over de wijze waarop [D] aan dat vereiste zou voldoen. [B LP] en [D] hebben daarover ook geen uitlatingen gedaan waarop [belanghebbende] heeft vertrouwd. De e-mails van [B LP] uit februari 2015 zijn slechts algemene aankondigingen dat [B LP] ‘een [D] ’ wil inzetten. Pas na het arrest T Danmark is duidelijk geworden dat deze constructie misbruik van recht opleverde. De rechtbank Zeeland-West Brabant heeft immers geoordeeld dat het standpunt dat ter zake van de dividenduitkeringen aan [D] geen dividendbelasting hoefde te worden ingehouden en afgedragen tot dat arrest een pleitbaar standpunt was. Al deze omstandigheden zijn dan ook onvoldoende om te oordelen dat het beroep van [B LP] op de kwijtingsbepaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.”
3.Geschil en conclusies van partijen
4.Gronden
Aanvullend overweegt het hof als volgt.
safe havenaan te geven in de vorm van een termijn waarbuiten juist geen sprake is van dividendstripping. Een transactie in aandelen, winstbewijzen of dividendbewijzen met als doel gebruik te maken van het feit dat het op de koper van toepassing zijnde regime van de dividendbelasting gunstiger is dan voor de verkoper zou dan immers worden ontzien als die transactie (net) buiten die termijn plaatsvindt.
safe haven, kan belanghebbende deze vinden in een beperking tot reguliere dividenduitkeringen. Daarbij wordt onder reguliere dividenduitkeringen in ieder geval verstaan tweemaal het gemiddeld, volgens een bestendige gedragslijn, uitgekeerde dividend in drie voorafgaande kalenderjaren (nadere memorie van antwoord,
Kamerstukken I2001/02, 27 896, nr. 117d, blz. 2).”
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep inzake de naheffingsaanslag dividendbelasting 2015 en 2017 ongegrond;
- verklaart het hoger beroep inzake de met de naheffingsaanslag dividendbelasting 2015 samenhangende beschikking belastingrente gegrond;
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover het beroep tegen de met de naheffingsaanslag dividendbelasting 2015 samenhangende beschikking belastingrente 2015 ongegrond is verklaard;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar inzake de beschikking belastingrente 2015;
- vermindert de beschikking belastingrente 2015 naar € 630.313;
- veroordeelt de inspecteur in de kosten van het geding bij het hof van € 4.535;
- bepaalt dat de inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht voor de behandeling van het hoger beroep bij het hof van € 548 vergoedt.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).