Uitspraak
wonende in [woonplaats],
gevestigd in Aruba,
Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
22 november 2019.
Hoge Raad
Deze zaak betreft de vraag of de Staatsregeling van Aruba het contractueel opleggen van alcohol- en drugstests aan werknemers verbiedt. De werknemer, sinds 1995 in dienst bij Hyatt Aruba N.V., weigerde mee te werken aan een alcoholtest en werd op staande voet ontslagen. De werknemer stelde dat de contractuele verplichting tot dergelijke tests in strijd was met zijn grondrechten op onaantastbaarheid van het lichaam en eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zoals neergelegd in de Staatsregeling van Aruba.
De rechtbank en het hof wezen het beroep van de werknemer af. Het hof overwoog dat de Staatsregeling beperkingen van grondrechten alleen toestaat indien deze bij of krachtens landsverordening worden gesteld, maar dat contractuele afspraken tussen werkgever en werknemer hier ook onder kunnen vallen. De werknemer had het personeelshandboek en een specifieke brief ondertekend waarin hij akkoord ging met alcohol- en drugstests. Het hof vond dat het antidrugs- en alcoholbeleid van Hyatt een legitiem doel dient en proportioneel is, en dat het ontslag wegens weigering gerechtvaardigd is.
De Hoge Raad bevestigde deze overwegingen. De grondrechten uit de Staatsregeling van Aruba hebben geen directe werking tussen burgers, zodat contractuele afspraken over beperkingen van deze rechten mogelijk zijn zonder landsverordening. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de werknemer in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontslag op staande voet bevestigd.