Conclusie
2.Procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
subonderdeel 1.1miskent het hof dat de verplichtingen van [verweerster 2] om [eiser] en Stadskappers en Shop B.V. het huurgenot te verschaffen een ondeelbare prestatie is in de zin van art. 6:15 lid 2 BW Pro omdat de huurders een gezamenlijk en ondeelbaar vorderingsrecht op [verweerster 2] hadden (waarmee ook een gemeenschap tussen Stadskappers en Shop B.V. en [eiser] in de zin van titel 3.7 BW bestond). Daarmee is ook de huurovereenkomst ondeelbaar, aldus het middel. De implicatie hiervan is, zo verduidelijkt de repliek (nrs. 1.1-1.2), dat de opzegging van de curator de huurovereenkomst ten aanzien van beide huurders, dus ook [eiser], heeft doen eindigen.
subonderdeel 1.1falen.
subonderdeel 1.2is onbegrijpelijk waarom [verweerster 2] in zijn stellingen, dat – kort gezegd – de huurovereenkomst ten opzichte van [eiser] in stand blijft en hij de huurachterstand dient te voldoen, wordt gevolgd.
subonderdeel 2.1geeft het hof in rov. 4.6, in combinatie met rov. 4.4, sub 3 en 4, blijk van een onjuiste rechtsopvatting door, in strijd met het bepaalde in art. 6:92 lid 1 BW Pro, [31] de onderdelen 5.4 en 5.5 van het dictum van het vonnis van de kantonrechter in stand te laten. Het hof had volgens de klacht, zo nodig ambtshalve, het vonnis voor wat betreft de onderdelen 5.4 en 5.5 moeten vernietigen.
Ten onrechte heeft de Rechtbank in de eindbeslissing onder 5 de vordering van [verweerster 2] toegewezen op de wijze zoals in het vonnis is gedaan.” In de toelichting op deze grief (MvG nr. 21) wordt verwezen naar grief I – d.w.z. de kwestie van de gevolgen van de opzegging door de curator van de B.V. − en met geen woord gerept over de veroordeling tot betaling van de contractuele boete naast de huurprijs.
Grief III heeft naast de overige grieven geen zelfstandige betekenis en behoeft daarom geen afzonderlijke bespreking.” Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en berust ook niet op een onbegrijpelijke lezing van grief III. Subonderdeel 2.1 faalt daarom.
subonderdeel 2.2te falen.