Conclusie
middelklaagt over de afwijzende beslissing van het hof op een verzoek tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank.
Mijn cliënt is eerst uitgenodigd voor een taakstrafzitting. Aldaar is hij niet verschenen en het is dan de normale gang van zaken dat de verdachte en zijn raadsman een oproeping voor de inhoudelijke behandeling van de zaak ontvangen. Ik heb mij na de taakstrafzitting niet separaat gesteld.
Ik betwist de weergave door de raadsman dat het de normale gang van zaken zou zijn dat indien een verdachte en zijn raadsman niet komen opdagen op een taakstrafzitting, de raadsman dan automatisch ook wordt opgeroepen voor de inhoudelijke behandeling van een daarop volgende zitting bij de rechter. Het zich stellen voor een taakstrafzitting betekent niet dat de raadsman zich ook stelt voor de dagvaardingsprocedure.
Uit de uitnodiging voor de taakstrafzitting maak ik op dat het niet anders kan zijn dan dat, indien niet wordt ingegaan op die uitnodiging, de raadsman dan een uitnodiging krijgt voor de dagvaardingsprocedure. Ik verwijs daarbij naar een arrest van dit hof van 26 juni 2012 (ECLI:NL:GHSGR:2012:BX4025) waarin is bepaald dat indien bij de justitiële autoriteiten bekend is dat de verdachte wordt bijgestaan door een raadsman – en dat was het geval in deze zaak – die raadsman een oproeping dient te ontvangen.
De raadsman heeft zich gesteld voor de taakstrafzitting. Dat is een geheel andere procedure. Er is een duidelijke stelplicht voor een raadsman in een dagvaardingsprocedure.