Conclusie
4.Bewezenverklaring en bewijsvoering
de rechtbank begrijpt: Rb Midden-Nederland 14 juli 2015, 16/661629-14). Ik los die schuld af in maandelijkse termijnen van € 35,-. Dat doe ik al sinds 2010, maar door nieuwe zaken is de schuld al die tijd alleen maar opgelopen. Zoals nu met [B] is in het verleden meerdere keren gebeurd. Het lukt mij niet om mij staande te houden in het normale arbeidsproces.
5.Oplichting: jurisprudentieel kader
6.Het eerste middel
ten onrechteals eigenaar van [B] heeft voorgedaan. De valsheid waarop het hof doelt, is kennelijk dat de verdachte zich als eigenaar van [B] ten onrechte heeft voorgedaan als ondernemer die de verzochte goederen en diensten wilde gebruiken voor zijn juridisch advieskantoor. Dat die niet bestaande onderneming gehuld was in de gedaante van een bij notariële akte opgericht B.V. vergrootte daarbij zou ik zeggen de valsheid van de voorstelling van zaken.