ECLI:NL:PHR:2026:70
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen opzettelijk aanwezig hebben van hard- en softdrugs
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 71 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk, wegens medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van harddrugs (MDMA) en softdrugs (hennep en hasj) in een woning waar hij als bewoner stond ingeschreven.
Het hof baseerde zijn oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van verbalisanten, proces-verbalen van bevindingen, en het feit dat de drugs op meerdere plaatsen in gemeenschappelijke ruimtes waren aangetroffen. De verdachte had toegang tot alle ruimtes en was op de hoogte van de aanwezigheid van drugs, althans van de aanmerkelijke kans daarop.
De verdediging voerde aan dat de verdachte geen wetenschap had van de MDMA in de magnetron, maar het hof oordeelde dat de verdachte als bewoner wist wat er in de woning aanwezig was. Ook het verweer dat sprake was van onvoldoende bewijs voor medeplegen werd verworpen, omdat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachten.
De Hoge Raad concludeert dat het hof de bewezenverklaring en het oordeel over medeplegen voldoende heeft gemotiveerd en dat de middelen falen. De overschrijding van de redelijke termijn wordt geconstateerd, maar leidt niet tot vernietiging van het arrest. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van hard- en softdrugs wordt bevestigd.