Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
3.Ontvankelijkheid beide cassatieberoepen
Ontvankelijkheid van het cassatieberoep tegen de beschikking
4.Bespreking van het cassatiemiddel
kande berekening als bedoeld in artikel 21 lid 2 Fw Pro worden gedaan op de wijze zoals vermeld in artikel 3.7 van de Recofa-richtlijnen voor schuldsaneringsregelingen.” De Recofa-richtlijnen voor faillissementen en surseances van betaling laten het dus, evenals de wet (zie hiervoor in 4.3), aan de rechter-commissaris over om het vrij te laten bedrag te bepalen. De wijze waarop de rechter-commissaris in dit geval gebruik heeft gemaakt van die vrijheid, geeft, lijkt mij, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. De rechter-commissaris heeft in aanmerking genomen dat de rechtbank Limburg het beleid hanteert dat in faillissement in beginsel de beslagvrije voet wordt gehanteerd. Zoals uit het voorgaande volgt, is dat beleid overeenkomstig het door de Hoge Raad geformuleerde uitgangspunt (zie opnieuw hiervoor in 4.3). De daarvoor door de rechter-commissaris genoemde grond, het verschil dat bestaat tussen een faillissement en een schuldsaneringsregeling, lijkt me evenmin onjuist of onbegrijpelijk. Er bestaat tussen beide inderdaad verschil en dat verschil kan een ander beleid rechtvaardigen. Dat wordt niet anders door de door het onderdeel ingeroepen omstandigheid dat het beleid bij andere rechtbanken mogelijk anders is, zoals valt af te leiden uit het ingeroepen art. 2.2 onder b van de Recofa-richtlijnen voor faillissementen en surseances van betaling. De rechtbank Limburg en de rechter-commissaris kan het beleid van andere rechtbanken immers niet worden tegengeworpen. Zij zijn daaraan niet gebonden. Genoemde bepaling van de richtlijnen bevat bovendien als gezegd op dit punt juist uitdrukkelijk geen verplichting, maar een vrijheid. Kennelijk heeft de rechter-commissaris geen aanleiding gezien om in het geval van [verzoekers] af te wijken van het beleid. Ik geef aan het onderdeel toe dat het onbevredigend kan worden genoemd dat de rechtbanken een verschillend beleid voeren, maar als gezegd geven de wet, de rechtspraak en de Recofa-richtlijnen daartoe de vrijheid.