Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Waar het in deze zaak over gaat
3.Het eerste middel
Bewijsoverwegingen” over, te weten:
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het feitelijk leiding geven aan het doen van onjuiste aangiftes BPM door zijn bedrijf [A] B.V. Daartoe kan in de eerste plaats worden gewezen op de bekennende verklaringen die verdachte en zijn medeverdachte [betrokkene 1] in algemene zin tegenover de FIOD hebben afgelegd. Hieraan doet niet af dat verdachte ter zitting zijn eerder afgelegde verklaringen heeft genuanceerd en [betrokkene 1] bij de rechter-commissaris zijn eerdere verklaringen heeft ingetrokken. Beide verdachten hebben immers zeer gedetailleerde en met elkaar overeenkomende verklaringen afgelegd over de wijze waarop verdachte gedurende een langere periode namens [A] B.V. onjuiste meldingen BPM heeft gedaan. Daarnaast wijst de rechtbank op de bevindingen van [betrokkene 2] , BPM-deskundige bij de Belastingdienst, zoals die in het dossier zijn opgenomen [3] . Kort samengevat houden deze bevindingen in dat het merendeel van de meldingen die [A] in de ten laste gelegde periode heeft gedaan, onjuist zijn en tot te lage aangiftes hebben
in de tenlastelegging geconcretiseerde meldingen, en daarmee tevens ten aanzien van de aangiftes waarvan deze meldingen later deel uitmaakten, als volgt.
ten aanzien van de vijf hierboven genoemde auto ’s een (opzettelijk) onjuiste melding BPM heeft gedaan door diverse eigenschappen en accessoires van deze auto ’s niet te vermelden. Verdachte heeft op deze wijze telkens een te lage grondslag voor de berekening van de te aan te geven BPM opgevoerd. [A] B.V. heeft vervolgens op grond van deze onjuiste meldingen in de ten laste gelegde periode onjuiste aangiftes BPM gedaan, aan welke handeling verdachte telkens feitelijk leiding heeft gegeven. Deze onjuiste aangiftes strekten er bovendien telkens toe, zoals uit het voorgaande volgt, dat te weinig belasting werd geheven.
verbindliche Neuwagenbestellung") is met de hand geschreven: "
3 Tage Zulassung in Deutschland. Hauspreis netto 112.000 €";
a, onder 1°, kan de inspecteur een ondernemer die voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden en die in het kader van zijn bedrijfsuitoefening regelmatig om opgave van een kenteken verzoekt voor personenauto’s of motorrijwielen waarvan het kenteken op naam van een ander wordt gesteld, op aanvraag bij voor bezwaar vatbare beschikking toestaan de belasting per tijdvak te voldoen.”
4.Het tweede middel
5.Het derde middel
verdachte, afgelegd op de terechtzitting van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen d.d. 8 juni 2017, – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende:
[betrokkene 3], ambtenaar werkzaam bij de Belastingdienst/Centrale administratie d.d. 25 februari 2014 (als AH-87 opgenomen bij het
Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde
6.Het vierde middel
Verdachte heeft zich als feitelijk leidinggever schuldig gemaakt aan het jarenlang doen van onjuiste aangiftes in het kader van de BPM en omzetbelasting, het omkopen van een ambtenaar en het plegen van valsheid in geschrift. Verdachte heeft structureel strafbare feiten gepleegd teneinde zijn bedrijf [A] B.V. succesvol te laten zijn. De rechtbank rekent verdachte zwaar aan dat hij gedurende jaren en op grote schaal onjuiste aangiftes in het kader van de BPM gedaan heeft en er daarbij middels doelbewuste omkoping van een ambtenaar van de Belastingdienst voor gezorgd heeft dat zijn frauduleus handelen niet ontdekt en gesanctioneerd kon worden door de Belastingdienst. Bij het doen van de onjuiste aangiftes omzetbelasting heeft verdachte er bovendien niet voor geschroomd om een groot aantal onderliggende facturen te vervalsen.